Avatar of Vocabulary Set Unit 2: In de eetkamer

Vocabulaireverzameling Unit 2: In de eetkamer in Groep 1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Unit 2: In de eetkamer' in 'Groep 1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cake

/keɪk/

(noun) cake, taart, koekje;

(verb) aankoeken, samenkoeken

Voorbeeld:

She baked a delicious chocolate cake for the party.
Ze bakte een heerlijke chocolade cake voor het feest.

car

/kɑːr/

(noun) auto, wagon, rijtuig

Voorbeeld:

He bought a new car last week.
Hij kocht vorige week een nieuwe auto.

cat

/kæt/

(noun) kat, gast, kerel;

(verb) hijsen, optrekken

Voorbeeld:

My cat loves to chase laser pointers.
Mijn kat houdt ervan om laserpointers te achtervolgen.

cup

/kʌp/

(noun) kop, kopje, hoeveelheid van een kop;

(verb) hol maken, omvatten

Voorbeeld:

She poured hot tea into her favorite cup.
Ze schonk hete thee in haar favoriete kopje.

table

/ˈteɪ.bəl/

(noun) tafel, tabel, overzicht;

(verb) uitstellen, opschorten

Voorbeeld:

We gathered around the kitchen table for dinner.
We verzamelden ons rond de keukentafel voor het avondeten.

spoon

/spuːn/

(noun) lepel;

(verb) scheppen, lepelen, lepeltje-lepeltje liggen

Voorbeeld:

Please pass me a spoon for my soup.
Geef me alsjeblieft een lepel voor mijn soep.

chair

/tʃer/

(noun) stoel, voorzitter, leider;

(verb) voorzitten, leiden

Voorbeeld:

Please take a chair and sit down.
Neem alstublieft een stoel en ga zitten.

dining room

/ˈdaɪ.nɪŋ ˌruːm/

(noun) eetkamer

Voorbeeld:

We usually eat dinner in the dining room.
We eten meestal avondeten in de eetkamer.

mug

/mʌɡ/

(noun) mok, beker, gezicht;

(verb) overvallen, beroven, grimassen trekken

Voorbeeld:

She poured hot coffee into her favorite ceramic mug.
Ze schonk hete koffie in haar favoriete keramische mok.

napkin

/ˈnæp.kɪn/

(noun) servet

Voorbeeld:

Could you pass me a napkin, please?
Kunt u mij alstublieft een servet aangeven?
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland