Avatar of Vocabulary Set B1 - Letter O

Vocabulaireverzameling B1 - Letter O in Oxford 3000 - B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Letter O' in 'Oxford 3000 - B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

obvious

/ˈɑːb.vi.əs/

(adjective) duidelijk, evident, klaar

Voorbeeld:

It was obvious that she was upset.
Het was duidelijk dat ze van streek was.

obviously

/ˈɑːb.vi.əs.li/

(adverb) uiteraard, duidelijk

Voorbeeld:

Obviously, we need to find a solution quickly.
Uiteraard moeten we snel een oplossing vinden.

occasion

/əˈkeɪ.ʒən/

(noun) gelegenheid, keer, viering;

(verb) veroorzaken, teweegbrengen

Voorbeeld:

On one occasion, she forgot her lines.
Bij één gelegenheid vergat ze haar tekst.

occur

/əˈkɝː/

(verb) gebeuren, plaatsvinden, opkomen

Voorbeeld:

The accident occurred at 3 PM.
Het ongeluk gebeurde om 15.00 uur.

odd

/ɑːd/

(adjective) vreemd, raar, oneven

Voorbeeld:

She found it odd that he didn't say hello.
Ze vond het vreemd dat hij geen hallo zei.

official

/əˈfɪʃ.əl/

(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;

(noun) functionaris, ambtenaar

Voorbeeld:

The mayor made an official announcement.
De burgemeester deed een officiële aankondiging.

old-fashioned

/ˌoʊldˈfæʃ.ənd/

(adjective) ouderwets, verouderd

Voorbeeld:

She wore an old-fashioned dress to the party.
Ze droeg een ouderwetse jurk naar het feest.

once

/wʌns/

(adverb) eens, één keer, vroeger;

(conjunction) zodra, wanneer

Voorbeeld:

I only met him once.
Ik heb hem maar één keer ontmoet.

operation

/ˌɑː.pəˈreɪ.ʃən/

(noun) operatie, ingreep, werking

Voorbeeld:

The patient underwent a successful heart operation.
De patiënt onderging een succesvolle hartoperatie.

organized

/ˈɔːr.ɡən.aɪzd/

(adjective) georganiseerd, gestructureerd, efficiënt;

(past participle) organiseerde, georganiseerd

Voorbeeld:

Her desk is always very organized.
Haar bureau is altijd erg georganiseerd.

organizer

/ˈɔːr.ɡən.aɪ.zɚ/

(noun) organisator, organizer, opbergsysteem

Voorbeeld:

She was the main organizer of the conference.
Zij was de belangrijkste organisator van de conferentie.

original

/əˈrɪdʒ.ən.əl/

(adjective) origineel, oorspronkelijk, creatief;

(noun) origineel, oorspronkelijk werk

Voorbeeld:

The original plan was to leave early.
Het oorspronkelijke plan was om vroeg te vertrekken.

originally

/əˈrɪdʒ.ən.əl.i/

(adverb) oorspronkelijk, aanvankelijk, origineel

Voorbeeld:

The house was originally built in 1920.
Het huis werd oorspronkelijk gebouwd in 1920.

ought

/ɔt/

(modal verb) zou moeten, behoorde, waarschijnlijk

Voorbeeld:

You ought to apologize for your behavior.
Je zou je moeten verontschuldigen voor je gedrag.

ours

/ˈaʊ.ɚz/

(pronoun) ons, onze

Voorbeeld:

The house is ours.
Het huis is van ons.

outdoor

/ˈaʊtˌdɔːr/

(adjective) buiten, openlucht

Voorbeeld:

We enjoyed an outdoor concert in the park.
We genoten van een buitenconcert in het park.

outdoors

/ˌaʊtˈdɔːrz/

(adverb) buiten, in de open lucht;

(adjective) buiten-, openlucht-

Voorbeeld:

Let's go play outdoors.
Laten we buiten gaan spelen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland