Vocabulaireverzameling A1 - Letter J in Oxford 3000 - A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Letter J' in 'Oxford 3000 - A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈdʒæk.ɪt/
(noun) jas, jack, omslag
Voorbeeld:
She wore a warm winter jacket.
Ze droeg een warme winterjas.
/ˈdʒæn.ju.er.i/
(noun) januari
Voorbeeld:
My birthday is in January.
Mijn verjaardag is in januari.
/dʒiːnz/
(plural noun) jeans, spijkerbroek
Voorbeeld:
She always wears blue jeans.
Ze draagt altijd blauwe jeans.
/dʒɑːb/
(noun) baan, werk, klus;
(verb) uitbesteden, een klus doen
Voorbeeld:
She got a new job as a software engineer.
Ze kreeg een nieuwe baan als software-engineer.
/dʒɔɪn/
(verb) verbinden, samenvoegen, zich aansluiten bij;
(noun) verbinding, voeg
Voorbeeld:
The two pieces of wood were joined with glue.
De twee stukken hout werden met lijm verbonden.
/ˈdʒɝː.ni/
(noun) reis, tocht, proces;
(verb) reizen, trekken
Voorbeeld:
The journey from London to Paris takes about two hours by train.
De reis van Londen naar Parijs duurt ongeveer twee uur met de trein.
/dʒuːs/
(noun) sap, stroom, elektriciteit;
(verb) persen, sap maken
Voorbeeld:
She squeezed fresh orange juice for breakfast.
Ze perste verse sinaasappelsap voor het ontbijt.
/dʒʌst/
(adverb) precies, net, alleen;
(adjective) rechtvaardig, eerlijk
Voorbeeld:
That's just what I needed.
Dat is precies wat ik nodig had.