Vocabulaireverzameling Winkelen in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Winkelen' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) termijncontract, futurescontract
Voorbeeld:
(noun) marge, opslag, opmaak;
(verb) opmaken, markeren
Voorbeeld:
(noun) namaak, imitatie;
(verb) namaak maken, imiteren
Voorbeeld:
(noun) klantenkaart, bonuskaart
Voorbeeld:
(noun) teken, symbool, muntje;
(adjective) symbolisch, tekenend
Voorbeeld:
(noun) ten minste houdbaar tot-datum, THT-datum
Voorbeeld:
(noun) cash-and-carry, zelfbedieningsgroothandel
Voorbeeld:
(phrase) click and collect, online bestellen en afhalen
Voorbeeld:
(verb) meer uitgeven dan, overtreffen in uitgaven
Voorbeeld:
(verb) onderbieden, ondergraven, ondermijnen;
(noun) undercut, opgeschoren kapsel
Voorbeeld:
(verb) uitgeven, verkwisten;
(noun) uitspatting, verkwisting
Voorbeeld:
(verb) afdingen, onderhandelen;
(noun) onderhandeling, afdingen
Voorbeeld:
(verb) overbieden
Voorbeeld:
(verb) te weinig teruggeven, tekortdoen, benadelen
Voorbeeld:
(verb) upsellen, meer verkopen
Voorbeeld:
(noun) nabestelling, achterstallige bestelling;
(verb) nabestellen, achterstallig bestellen
Voorbeeld:
(abbreviation) koop er één, krijg er één gratis
Voorbeeld:
(noun) winkeltherapie, retailtherapie
Voorbeeld:
(noun) showrooming, kijken in de winkel, kopen online
Voorbeeld:
(noun) reverse logistiek
Voorbeeld:
(noun) stock-keeping unit, SKU, voorraadbeheereenheid
Voorbeeld: