Vocabulaireverzameling B1 - Vlees en Zuivel in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Vlees en Zuivel' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) spek
Voorbeeld:
(noun) rood vlees
Voorbeeld:
(noun) wit vlees, witvis
Voorbeeld:
(noun) vleugel, gedeelte, factie;
(verb) voorzien van vleugels, in de vleugel raken, improviseren
Voorbeeld:
(noun) kalfsvlees
Voorbeeld:
(noun) kalkoen, idioot, domoor
Voorbeeld:
(noun) rib, ribbetje, ribstuk;
(verb) plagen, spotten
Voorbeeld:
(noun) konijn;
(verb) ratelen, kletsen
Voorbeeld:
(noun) gehaktbal, bal gehakt
Voorbeeld:
(noun) zeevruchten
Voorbeeld:
(noun) schelpdieren, schaaldieren
Voorbeeld:
(noun) kreeft
Voorbeeld:
(noun) hamburger
Voorbeeld:
(noun) krab;
(verb) klagen, mopperen
Voorbeeld:
(noun) oester
Voorbeeld:
(noun) gewricht, verbinding, voeg;
(adjective) gezamenlijk, gemeenschappelijk;
(verb) verbinden, samenvoegen
Voorbeeld:
(noun) ham, radioamateur, zendamateur;
(verb) overacteren, overdrijven
Voorbeeld:
(noun) vlees, lichaam, vruchtvlees;
(verb) uitwerken, verdiepen
Voorbeeld:
(noun) eend;
(verb) duiken, ontwijken
Voorbeeld:
(verb) snijden, knippen, hakken;
(noun) snede, knippen, coupe;
(adjective) gesneden, geknipt
Voorbeeld:
(noun) borst, boezem;
(verb) trotseren, doorbreken
Voorbeeld:
(noun) gans, domoor;
(verb) prikken, stoten, opvoeren
Voorbeeld:
(noun) Zwitserse kaas
Voorbeeld:
(noun) blauwe kaas, schimmelkaas
Voorbeeld:
(noun) cheddar, cheddarkaas
Voorbeeld:
(noun) roomkaas
Voorbeeld:
(noun) Gouda, Goudse kaas
Voorbeeld:
(noun) dooier, eigeel
Voorbeeld:
(adjective) wit, blank;
(noun) wit, de kleur wit, blanken;
(verb) witten, bleken
Voorbeeld: