Avatar of Vocabulary Set A1 - Richtingen en Continenten

Vocabulaireverzameling A1 - Richtingen en Continenten in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A1 - Richtingen en Continenten' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

direction

/dɪˈrek.ʃən/

(noun) richting, leiding, aanwijzing

Voorbeeld:

Which direction should we go?
Welke richting moeten we op?

place

/pleɪs/

(noun) plaats, plek, huis;

(verb) plaatsen, leggen, herkennen

Voorbeeld:

This is a good place to sit.
Dit is een goede plek om te zitten.

left

/left/

(adjective) links, over, resterend;

(noun) links, linkse vleugel;

(past tense) verliet, achtergelaten

Voorbeeld:

Turn left at the next intersection.
Sla linksaf bij de volgende kruising.

right

/raɪt/

(adjective) juist, correct, rechts;

(adverb) rechts, meteen, direct;

(noun) recht, rechten, rechts;

(verb) rechtop zetten, corrigeren;

(interjection) oké, toch

Voorbeeld:

It's not right to cheat on a test.
Het is niet juist om te spieken bij een toets.

north

/nɔːrθ/

(noun) noorden;

(adjective) noordelijk;

(adverb) noordwaarts, ten noorden

Voorbeeld:

The wind is blowing from the north.
De wind waait uit het noorden.

south

/saʊθ/

(noun) zuiden;

(adjective) zuidelijk;

(adverb) zuidwaarts

Voorbeeld:

The birds fly south for the winter.
De vogels vliegen naar het zuiden voor de winter.

east

/iːst/

(noun) oosten, oostelijk deel;

(adjective) oostelijk;

(adverb) oostwaarts

Voorbeeld:

The sun rises in the east.
De zon komt op in het oosten.

top

/tɑːp/

(noun) top, bovenkant, bovenstuk;

(adjective) bovenste, hoogste, top;

(verb) toppen, overtreffen, afdekken;

(adverb) boven, bovenop

Voorbeeld:

He reached the top of the mountain.
Hij bereikte de top van de berg.

west

/west/

(noun) westen, het Westen;

(adjective) westelijk;

(adverb) westwaarts

Voorbeeld:

The sun sets in the west.
De zon gaat onder in het westen.

straight

/streɪt/

(adjective) recht, steil, eerlijk;

(adverb) recht, rechtdoor, direct;

(noun) recht stuk, rechte lijn

Voorbeeld:

Draw a straight line across the page.
Trek een rechte lijn over de pagina.

forward

/ˈfɔːr.wɚd/

(adverb) vooruit, naar voren, verder;

(adjective) voorwaarts, voorste, brutaal;

(verb) doorsturen, verzenden;

(noun) aanvaller, spits

Voorbeeld:

Please move forward to make space for others.
Ga alstublieft naar voren om ruimte te maken voor anderen.

back

/bæk/

(noun) rug, achterkant;

(adverb) terug, achteruit, vroeger;

(adjective) achterste;

(verb) achteruitgaan, steunen, ondersteunen

Voorbeeld:

He lay on his back, looking up at the stars.
Hij lag op zijn rug, naar de sterren kijkend.

far

/fɑːr/

(adverb) ver, veel, erg;

(adjective) ver

Voorbeeld:

How far is it to the nearest gas station?
Hoe ver is het naar het dichtstbijzijnde tankstation?

continent

/ˈkɑːn.tən.ənt/

(noun) continent;

(adjective) continent, zelfbeheerst

Voorbeeld:

Asia is the largest continent by land area and population.
Azië is het grootste continent qua landoppervlak en bevolking.

asia

/ˈeɪ.ʒə/

(noun) Azië

Voorbeeld:

Mount Everest, the world's highest peak, is located in Asia.
Mount Everest, de hoogste piek ter wereld, bevindt zich in Azië.

Asian

/ˈeɪ.ʒən/

(adjective) Aziatisch;

(noun) Aziaat, Aziatische

Voorbeeld:

She is studying Asian history.
Ze studeert Aziatische geschiedenis.

europe

/ˈjʊr.əp/

(noun) Europa

Voorbeeld:

Many historical events have shaped the landscape of Europe.
Veel historische gebeurtenissen hebben het landschap van Europa gevormd.

European

/ˌjʊr.əˈpiː.ən/

(adjective) Europees;

(noun) Europeaan

Voorbeeld:

Many European countries are part of the European Union.
Veel Europese landen maken deel uit van de Europese Unie.

africa

/ˈæf.rɪ.kə/

(noun) Afrika

Voorbeeld:

Many diverse cultures thrive across the continent of Africa.
Veel diverse culturen gedijen op het continent Afrika.

African

/ˈæf.rɪ.kən/

(adjective) Afrikaans;

(noun) Afrikaan, inwoner van Afrika

Voorbeeld:

She is studying African history.
Ze studeert Afrikaanse geschiedenis.

North America

/ˌnɔːrθ əˈmer.ɪ.kə/

(noun) Noord-Amerika

Voorbeeld:

Many species of migratory birds travel to North America for breeding.
Veel soorten trekvogels reizen naar Noord-Amerika om te broeden.

South America

/ˌsaʊθ əˈmer.ɪ.kə/

(noun) Zuid-Amerika

Voorbeeld:

The Amazon River, the largest river by discharge volume, flows through South America.
De Amazone, de grootste rivier qua afvoervolume, stroomt door Zuid-Amerika.

Antarctica

/ænˈtɑːrk.tɪ.kə/

(noun) Antarctica

Voorbeeld:

Scientists are studying climate change in Antarctica.
Wetenschappers bestuderen klimaatverandering in Antarctica.

Arctic

/ˈɑːrk.tɪk/

(noun) Noordpoolgebied, Arctische regio;

(adjective) Arctisch, pool-, ijskoud

Voorbeeld:

The expedition explored the remote areas of the Arctic.
De expeditie verkende de afgelegen gebieden van het Noordpoolgebied.

Oceania

/oʊ.ʃiˈɑː.ni.ə/

(noun) Oceanië

Voorbeeld:

Many unique species of flora and fauna can be found in Oceania.
Veel unieke soorten flora en fauna zijn te vinden in Oceanië.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland