Betekenis van het woord "went off" in het Nederlands
Wat betekent "went off" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
went off
US /wɛnt ɔf/
UK /wɛnt ɔf/
Frasaal Werkwoord
1.
afgaan, ontploffen
to explode or fire
Voorbeeld:
•
The firework went off with a loud bang.
Het vuurwerk ging af met een luide knal.
•
The gun went off accidentally.
Het geweer ging per ongeluk af.
2.
afgaan, lawaai maken
to make a sudden loud noise
Voorbeeld:
•
The alarm went off at 6 AM.
De wekker ging af om 6 uur 's ochtends.
•
Suddenly, the car alarm went off.
Plotseling ging het autoalarm af.
3.
weggaan, vertrekken
to leave a place, often suddenly or quickly
Voorbeeld:
•
He went off without saying goodbye.
Hij ging weg zonder afscheid te nemen.
•
The children went off to play in the park.
De kinderen gingen in het park spelen.
4.
bederven, zuur worden
to become bad or spoiled (food)
Voorbeeld:
•
The milk went off because I left it out of the fridge.
De melk werd zuur omdat ik hem buiten de koelkast liet staan.
•
These leftovers will go off if you don't put them in the fridge.
Deze restjes zullen bederven als je ze niet in de koelkast zet.
5.
uitgekeken raken op, niet meer houden van
to stop liking someone or something
Voorbeeld:
•
I went off coffee after I started drinking tea.
Ik raakte uitgekeken op koffie nadat ik thee begon te drinken.
•
She went off him after he cheated on her.
Ze raakte uitgekeken op hem nadat hij haar bedrogen had.
Gerelateerd Woord: