Betekenis van het woord "went out" in het Nederlands
Wat betekent "went out" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
went out
US /wɛnt aʊt/
UK /wɛnt aʊt/
Frasaal Werkwoord
1.
uitgaan, weggaan
to leave a place, especially to go to a social event or to do something enjoyable
Voorbeeld:
•
We went out for dinner last night.
We gingen uit eten gisteravond.
•
She went out with her friends on Saturday.
Ze ging uit met haar vrienden op zaterdag.
2.
uitgaan, doven
to stop burning or shining
Voorbeeld:
•
The lights suddenly went out.
De lichten gingen plotseling uit.
•
The fire went out in the middle of the night.
Het vuur ging uit midden in de nacht.
3.
uit de mode raken, niet langer populair zijn
to become unfashionable or no longer popular
Voorbeeld:
•
That style of music went out years ago.
Die muziekstijl ging uit de mode jaren geleden.
•
Bell-bottoms went out in the 70s.
Wijde pijpen gingen uit de mode in de jaren 70.