Betekenis van het woord shingle in het Nederlands
Wat betekent shingle in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
shingle
US /ˈʃɪŋ.ɡəl/
UK /ˈʃɪŋ.ɡəl/
Zelfstandig Naamwoord
1.
dakschindel, leisteen
a rectangular tile, usually made of wood, asphalt, or slate, used in overlapping rows on roofs or walls
Voorbeeld:
•
The roof was covered with wooden shingles.
Het dak was bedekt met houten dakspanen.
•
We need to replace some broken shingles on the garage.
We moeten enkele kapotte dakspanen op de garage vervangen.
2.
kiezelstenen, grind
a mass of small, rounded pebbles or stones, especially on a beach
Voorbeeld:
•
The beach was covered with smooth, grey shingle.
Het strand was bedekt met gladde, grijze kiezelstenen.
•
Walking on the shingle made a crunching sound.
Lopen op de kiezelstenen maakte een knarsend geluid.
Werkwoord
bedekken met dakspanen, bekleden met leisteen
to cover (a roof or wall) with shingles
Voorbeeld:
•
They plan to shingle the new shed next weekend.
Ze zijn van plan om de nieuwe schuur volgend weekend te bedekken met dakspanen.
•
The old house was shingled with cedar.
Het oude huis was bedekt met cederhouten dakspanen.