Betekenis van het woord kennel in het Nederlands

Wat betekent kennel in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

kennel

US /ˈken.əl/
UK /ˈken.əl/
"kennel" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

hondenhok

a small shelter for a dog

Voorbeeld:
The dog slept soundly in its kennel.
De hond sliep diep in zijn hok.
We bought a new kennel for our puppy.
We kochten een nieuw hondenhok voor onze puppy.
2.

hondenpension, hondenkennel

a boarding establishment for dogs

Voorbeeld:
We left our dog at the kennel while we were on vacation.
We lieten onze hond achter bij het hondenpension terwijl we op vakantie waren.
The local kennel offers grooming services.
Het plaatselijke hondenpension biedt trimdiensten aan.

Werkwoord

in een hok plaatsen, naar een hondenpension brengen

to put (a dog) in a kennel

Voorbeeld:
We need to kennel the dogs before the storm hits.
We moeten de honden in hun hokken doen voordat de storm toeslaat.
She decided to kennel her dog for the weekend.
Ze besloot haar hond voor het weekend naar het hondenpension te brengen.