Betekenis van het woord doghouse in het Nederlands

Wat betekent doghouse in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

doghouse

US /ˈdɑːɡ.haʊs/
UK /ˈdɒɡ.haʊs/

Zelfstandig Naamwoord

1.

hondenhok

a small shelter for a dog

Voorbeeld:
The dog slept soundly in its doghouse.
De hond sliep diep in zijn hondenhok.
We built a new doghouse for our puppy.
We hebben een nieuw hondenhok gebouwd voor onze puppy.
2.

in het hondenhok zitten, in ongenade vallen

a state of being in disgrace or out of favor, especially with one's spouse or partner

Voorbeeld:
He's been in the doghouse ever since he forgot their anniversary.
Hij zit in het hondenhok sinds hij hun jubileum vergat.
I'm in the doghouse with my wife after I broke her favorite vase.
Ik zit in het hondenhok bij mijn vrouw nadat ik haar favoriete vaas brak.
Gerelateerd Woord: