Vocabulaireverzameling Twijfel 1 in Zekerheid en Twijfel: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Twijfel 1' in 'Zekerheid en Twijfel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) apocrief, van dubieuze authenticiteit
Voorbeeld:
a question mark hang over something
(idiom) een vraagteken hangt boven iets, onzekerheid over iets
Voorbeeld:
(adjective) betwistbaar, discutabel, verdedigbaar
Voorbeeld:
(noun) verwarring, verwarrendheid, verwisseling
Voorbeeld:
(adjective) betwistbaar, discutabel
Voorbeeld:
(noun) twijfel, onzekerheid;
(verb) twijfelen, betwijfelen
Voorbeeld:
(adjective) twijfelachtig, onzeker, onwaarschijnlijk
Voorbeeld:
(adjective) dubieus, twijfelachtig, verdacht
Voorbeeld:
(adjective) haperend, aarzelend, stotterend
Voorbeeld:
(adverb) haperend, aarzelend, stotterend
Voorbeeld:
(idiom) er een halve gedachte aan hebben, sterk overwegen
Voorbeeld:
(verb) aarzelen, twijfelen
Voorbeeld:
(noun) aarzeling, twijfel
Voorbeeld:
(conjunction) als, indien, of;
(noun) mits, voorwaarde
Voorbeeld:
(adjective) twijfelachtig, onzeker, onbetrouwbaar
Voorbeeld:
(adjective) onmogelijk, onhandelbaar
Voorbeeld:
(adjective) inconclusief, niet doorslaggevend
Voorbeeld:
be (only/just) a matter of time
(idiom) een kwestie van tijd
Voorbeeld:
(adverb) misschien, wellicht
Voorbeeld:
(phrase) er is geen sprake van, het is uitgesloten dat
Voorbeeld:
(adverb) niet noodzakelijk, niet per se
Voorbeeld:
(phrase) of wat, of hoe zit het
Voorbeeld: