Avatar of Vocabulary Set Het hoofd

Vocabulaireverzameling Het hoofd in Lichaam: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Het hoofd' in 'Lichaam' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

face

/feɪs/

(noun) gezicht, wijzerplaat, wand;

(verb) onder ogen zien, tegemoet treden, liggen

Voorbeeld:

She washed her face with cold water.
Ze waste haar gezicht met koud water.

brow

/braʊ/

(noun) voorhoofd, top, rand

Voorbeeld:

She wiped a bead of sweat from her brow.
Ze veegde een zweetdruppel van haar voorhoofd.

cheek

/tʃiːk/

(noun) wang, brutaliteit, onbeschaamdheid;

(verb) brutaliseren, onbeschaamd zijn

Voorbeeld:

She kissed him on the cheek.
Ze kuste hem op de wang.

dimple

/ˈdɪm.pəl/

(noun) kuiltje, deuk, kuil;

(verb) kuiltjes vormen, deuken

Voorbeeld:

She smiled, revealing a cute dimple on her left cheek.
Ze glimlachte, waardoor een schattig kuiltje op haar linkerwang zichtbaar werd.

chin

/tʃɪn/

(noun) kin;

(verb) op de kin slaan

Voorbeeld:

He rested his chin on his hand.
Hij liet zijn kin op zijn hand rusten.

eyebrow

/ˈaɪ.braʊ/

(noun) wenkbrauw

Voorbeeld:

She raised an eyebrow in surprise.
Ze trok een wenkbrauw op van verbazing.

forehead

/ˈfɑː.rɪd/

(noun) voorhoofd

Voorbeeld:

She wiped the sweat from her forehead.
Ze veegde het zweet van haar voorhoofd.

lantern jaw

/ˈlæn.tərn ˌdʒɑː/

(noun) lantaarnkaak, vooruitstekende kaak

Voorbeeld:

The villain in the movie had a distinctive lantern jaw.
De schurk in de film had een opvallende lantaarnkaak.

lip

/lɪp/

(noun) lip, rand;

(verb) brutaal zijn, mondig zijn

Voorbeeld:

She bit her lip nervously.
Ze beet nerveus op haar lip.

temple

/ˈtem.pəl/

(noun) tempel, slaap

Voorbeeld:

The ancient temple was dedicated to the sun god.
De oude tempel was gewijd aan de zonnegod.

nose

/noʊz/

(noun) neus, voorkant;

(verb) wroeten, snuffelen, zich een weg banen

Voorbeeld:

He wiped his nose with a tissue.
Hij veegde zijn neus af met een tissue.

ear

/ɪr/

(noun) oor, aar, kolf

Voorbeeld:

She whispered something in his ear.
Ze fluisterde iets in zijn oor.

eye

/aɪ/

(noun) oog, opening;

(verb) bekijken, observeren

Voorbeeld:

She has beautiful blue eyes.
Ze heeft prachtige blauwe ogen.

mouth

/maʊθ/

(noun) mond, monding, ingang;

(verb) uitspreken, zeggen

Voorbeeld:

He opened his mouth to speak.
Hij opende zijn mond om te spreken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland