Avatar of Vocabulary Set Deuren

Vocabulaireverzameling Deuren in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Deuren' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

back door

/ˈbæk dɔːr/

(noun) achterdeur, omweg

Voorbeeld:

Please use the back door when entering the house.
Gebruik alstublieft de achterdeur bij het binnengaan van het huis.

French door

/ˌfrentʃ ˈdɔːrz/

(noun) openslaande deur, Franse deur

Voorbeeld:

The living room has beautiful French doors that open onto the garden.
De woonkamer heeft prachtige openslaande deuren die uitkomen op de tuin.

revolving door

/rɪˈvɑːl.vɪŋ dɔːr/

(noun) draaideur, draaideur (figuurlijk), constante wisseling

Voorbeeld:

The hotel entrance had a large glass revolving door.
De hotelingang had een grote glazen draaideur.

fire door

/ˈfaɪər dɔːr/

(noun) branddeur

Voorbeeld:

Always keep the fire door closed to prevent the spread of smoke.
Houd de branddeur altijd gesloten om de verspreiding van rook te voorkomen.

screen door

/ˈskriːn dɔːr/

(noun) hordeur

Voorbeeld:

We left the screen door open to let the breeze in.
We lieten de hordeur open om de wind binnen te laten.

front door

/ˌfrʌnt ˈdɔːr/

(noun) voordeur

Voorbeeld:

Please close the front door when you leave.
Sluit alstublieft de voordeur als u weggaat.

swing door

/ˈswɪŋ dɔːr/

(noun) klapdeur, pendeldeur

Voorbeeld:

The restaurant kitchen had a swing door.
De restaurantkeuken had een klapdeur.

trapdoor

/ˈtræp.dɔːr/

(noun) luik, valdeur

Voorbeeld:

He lifted the trapdoor and descended into the cellar.
Hij tilde het luik op en daalde af naar de kelder.

doorbell

/ˈdɔːr.bel/

(noun) deurbel

Voorbeeld:

I rang the doorbell, but no one answered.
Ik belde aan, maar niemand deed open.

doorknob

/ˈdɔːr.nɑːb/

(noun) deurklink, deurknop

Voorbeeld:

He turned the doorknob and pushed the door open.
Hij draaide aan de deurklink en duwde de deur open.

door knocker

/ˈdɔːrˌnɑːk.ər/

(noun) deurklopper

Voorbeeld:

She heard a loud bang on the door, but it was just the wind rattling the old door knocker.
Ze hoorde een harde klap op de deur, maar het was alleen de wind die de oude deurklopper deed rammelen.

doorjamb

/ˈdɔːrdʒæm/

(noun) deurpost, deurstijl

Voorbeeld:

He leaned against the doorjamb, waiting for her to open the door.
Hij leunde tegen de deurpost, wachtend tot zij de deur opendeed.

doorpost

/ˈdɔːr.poʊst/

(noun) deurpost, deurstijl

Voorbeeld:

He leaned against the doorpost, waiting for her to open the door.
Hij leunde tegen de deurpost, wachtend tot zij de deur opendeed.

doorstop

/ˈdɔːr.stɑːp/

(noun) deurstopper, deurwig

Voorbeeld:

She placed a heavy doorstop to keep the office door ajar.
Ze plaatste een zware deurstopper om de kantoordeur op een kier te houden.

peephole

/ˈpiːp.hoʊl/

(noun) kijkgaatje, spionnetje

Voorbeeld:

She peered through the peephole before opening the door.
Ze keek door het kijkgaatje voordat ze de deur opendeed.

hinge

/hɪndʒ/

(noun) scharnier;

(verb) scharnieren, bevestigen met een scharnier, afhangen van

Voorbeeld:

The door creaked on its rusty hinges.
De deur kraakte op zijn roestige scharnieren.

threshold

/ˈθreʃ.hoʊld/

(noun) drempel, grens, begin

Voorbeeld:

He stumbled on the threshold as he entered the room.
Hij struikelde over de drempel toen hij de kamer binnenkwam.

deadbolt

/ˈded.boʊlt/

(noun) nachtschoot, veiligheidsslot

Voorbeeld:

Make sure to engage the deadbolt when you leave.
Zorg ervoor dat je de nachtschoot vergrendelt als je weggaat.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland