Avatar of Vocabulary Set Zelfstandige naamwoorden met betrekking tot dieren

Vocabulaireverzameling Zelfstandige naamwoorden met betrekking tot dieren in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Zelfstandige naamwoorden met betrekking tot dieren' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

extinction

/ɪkˈstɪŋk.ʃən/

(noun) uitsterven, extinctie, doven

Voorbeeld:

The dodo bird's extinction was caused by human activity.
Het uitsterven van de dodo werd veroorzaakt door menselijke activiteit.

leash

/liːʃ/

(noun) lijn, hondenriem;

(verb) aanlijnen

Voorbeeld:

He put the leash on his dog before going for a walk.
Hij deed de lijn om zijn hond voordat hij ging wandelen.

migration

/maɪˈɡreɪ.ʃən/

(noun) migratie, trek, volksverhuizing

Voorbeeld:

The annual migration of wildebeest across the Serengeti is a spectacular sight.
De jaarlijkse migratie van gnoes over de Serengeti is een spectaculair gezicht.

creature

/ˈkriː.tʃɚ/

(noun) wezen, schepsel, persoon

Voorbeeld:

The forest is home to many wild creatures.
Het bos is de thuisbasis van vele wilde wezens.

pet

/pet/

(noun) huisdier, lieveling, oogappel;

(verb) aaien, strelen;

(adjective) huisdier-, tam

Voorbeeld:

My cat is a beloved pet.
Mijn kat is een geliefd huisdier.

animal

/ˈæn.ɪ.məl/

(noun) dier, beest, barbaar;

(adjective) dierlijk

Voorbeeld:

The zoo has many different types of animals.
De dierentuin heeft veel verschillende soorten dieren.

pet sitter

/ˈpet ˌsɪt.ər/

(noun) huisdierenoppas, dierenoppas

Voorbeeld:

We hired a pet sitter to take care of our cat while we were on vacation.
We huurden een huisdierenoppas in om voor onze kat te zorgen terwijl we op vakantie waren.

song

/sɑːŋ/

(noun) lied, nummer, gezang

Voorbeeld:

She sang a beautiful song.
Ze zong een prachtig lied.

beast

/biːst/

(noun) beest, dier, bruut

Voorbeeld:

The lion is a magnificent beast.
De leeuw is een prachtig beest.

wildness

/ˈwaɪld.nəs/

(noun) wildheid, ongetemdheid, uitgelatenheid

Voorbeeld:

The wildness of the remote landscape was breathtaking.
De wildheid van het afgelegen landschap was adembenemend.

stroke

/stroʊk/

(noun) slag, streek, beroerte;

(verb) aaien, strelen, slaan

Voorbeeld:

He delivered a powerful stroke with his tennis racket.
Hij gaf een krachtige slag met zijn tennisracket.

mimicry

/ˈmɪm.ɪ.kri/

(noun) nabootsing, mimicry

Voorbeeld:

His perfect mimicry of the teacher made the whole class laugh.
Zijn perfecte nabootsing van de leraar deed de hele klas lachen.

bite

/baɪt/

(verb) bijten, hap, aantasten;

(noun) beet, hap, hapje

Voorbeeld:

The dog might bite if you get too close.
De hond kan bijten als je te dichtbij komt.

critter

/ˈkrɪt̬.ɚ/

(noun) beestje, schepsel

Voorbeeld:

The woods are full of all sorts of little critters.
Het bos zit vol met allerlei kleine beestjes.

brute

/bruːt/

(noun) bruut, beest;

(adjective) bruut, beestachtig, grof

Voorbeeld:

The criminal was described as a dangerous brute.
De crimineel werd beschreven als een gevaarlijke bruut.

quadruped

/ˈkwɑː.drə.ped/

(noun) viervoeter;

(adjective) viervoetig

Voorbeeld:

Horses, dogs, and cats are all examples of quadrupeds.
Paarden, honden en katten zijn allemaal voorbeelden van viervoeters.

livestock

/ˈlaɪv.stɑːk/

(noun) vee, veestapel

Voorbeeld:

The farmer keeps various types of livestock, including cows and sheep.
De boer houdt verschillende soorten vee, waaronder koeien en schapen.

varmint

/ˈvɑːr.mɪnt/

(noun) ongedierte, plaagdier, deugniet

Voorbeeld:

The farmer set traps to catch the varmints that were raiding his chicken coop.
De boer zette vallen om de ongedierte te vangen die zijn kippenhok plunderden.

biped

/ˈbaɪ.ped/

(noun) tweevoeter;

(adjective) tweevoetig

Voorbeeld:

Humans are bipeds.
Mensen zijn tweevoeters.

animalia

/ˌæn.ɪˈmeɪ.li.ə/

(noun) Animalia, dierenrijk

Voorbeeld:

The study of Animalia encompasses a vast diversity of life forms.
De studie van Animalia omvat een enorme diversiteit aan levensvormen.

fauna

/ˈfɑː.nə/

(noun) fauna, dierenwereld

Voorbeeld:

The diverse fauna of the Amazon rainforest includes jaguars, monkeys, and countless bird species.
De diverse fauna van het Amazone regenwoud omvat jaguars, apen en talloze vogelsoorten.

animal kingdom

/ˈæn.ɪ.məl ˌkɪŋ.dəm/

(noun) dierenrijk

Voorbeeld:

The diversity of species in the animal kingdom is astounding.
De diversiteit aan soorten in het dierenrijk is verbazingwekkend.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland