Vocabulaireverzameling Zelfstandige naamwoorden met betrekking tot dieren in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Zelfstandige naamwoorden met betrekking tot dieren' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) uitsterven, extinctie, doven
Voorbeeld:
(noun) lijn, hondenriem;
(verb) aanlijnen
Voorbeeld:
(noun) migratie, trek, volksverhuizing
Voorbeeld:
(noun) wezen, schepsel, persoon
Voorbeeld:
(noun) huisdier, lieveling, oogappel;
(verb) aaien, strelen;
(adjective) huisdier-, tam
Voorbeeld:
(noun) dier, beest, barbaar;
(adjective) dierlijk
Voorbeeld:
(noun) huisdierenoppas, dierenoppas
Voorbeeld:
(noun) lied, nummer, gezang
Voorbeeld:
(noun) beest, dier, bruut
Voorbeeld:
(noun) wildheid, ongetemdheid, uitgelatenheid
Voorbeeld:
(noun) slag, streek, beroerte;
(verb) aaien, strelen, slaan
Voorbeeld:
(noun) nabootsing, mimicry
Voorbeeld:
(verb) bijten, hap, aantasten;
(noun) beet, hap, hapje
Voorbeeld:
(noun) beestje, schepsel
Voorbeeld:
(noun) bruut, beest;
(adjective) bruut, beestachtig, grof
Voorbeeld:
(noun) viervoeter;
(adjective) viervoetig
Voorbeeld:
(noun) vee, veestapel
Voorbeeld:
(noun) ongedierte, plaagdier, deugniet
Voorbeeld:
(noun) tweevoeter;
(adjective) tweevoetig
Voorbeeld:
(noun) Animalia, dierenrijk
Voorbeeld:
(noun) fauna, dierenwereld
Voorbeeld:
(noun) dierenrijk
Voorbeeld: