Avatar of Vocabulary Set Zeevis

Vocabulaireverzameling Zeevis in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Zeevis' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

anchovy

/ˈæn.tʃoʊ.vi/

(noun) ansjovis

Voorbeeld:

The pizza was topped with olives and anchovies.
De pizza was belegd met olijven en ansjovis.

mullet

/ˈmʌl.ɪt/

(noun) harder, matje

Voorbeeld:

We caught a large mullet while fishing in the bay.
We vingen een grote harder tijdens het vissen in de baai.

pilchard

/ˈpɪl.tʃɚd/

(noun) pelser, sardine

Voorbeeld:

We had grilled pilchards for dinner.
We hadden gegrilde pelser als avondeten.

plaice

/pleɪs/

(noun) schol

Voorbeeld:

We had grilled plaice for dinner last night.
We hadden gisteravond gegrilde schol als avondeten.

ray

/reɪ/

(noun) straal, lichtstraal, straaltje;

(verb) stralen, uitstralen

Voorbeeld:

A ray of sunlight pierced through the clouds.
Een straal zonlicht drong door de wolken heen.

salmon

/ˈsæm.ən/

(noun) zalm

Voorbeeld:

We caught a large salmon in the river.
We vingen een grote zalm in de rivier.

sardine

/sɑːrˈdiːn/

(noun) sardine

Voorbeeld:

She opened a can of sardines for lunch.
Ze opende een blikje sardines voor de lunch.

shark

/ʃɑːrk/

(noun) haai, woekeraar, uitbuiter;

(verb) uitbuiten, bedriegen

Voorbeeld:

A great white shark was spotted near the coast.
Een grote witte haai werd gespot nabij de kust.

skate

/skeɪt/

(noun) schaats, rolschaats, rog;

(verb) schaatsen, rolschaatsen

Voorbeeld:

She put on her ice skates and glided onto the rink.
Ze trok haar ijsschaatsen aan en gleed de baan op.

snapper

/ˈsnæp.ɚ/

(noun) snapper, brasem, klikker

Voorbeeld:

We caught a large red snapper on our fishing trip.
We vingen een grote rode snapper tijdens onze visreis.

sole

/soʊl/

(noun) voetzool, zool, tong;

(adjective) enig, alleen;

(verb) verzolen

Voorbeeld:

He had a blister on the sole of his foot.
Hij had een blaar op de voetzool.

sprat

/spræt/

(noun) sprot

Voorbeeld:

We had smoked sprats for dinner.
We hadden gerookte sprat als avondeten.

stingray

/ˈstɪŋ.reɪ/

(noun) pijlstaartrog

Voorbeeld:

Be careful when wading in shallow waters, as stingrays often bury themselves in the sand.
Wees voorzichtig bij het waden in ondiep water, want pijlstaartroggen begraven zich vaak in het zand.

sturgeon

/ˈstɝː.dʒən/

(noun) steur

Voorbeeld:

The fisherman caught a massive sturgeon in the river.
De visser ving een enorme steur in de rivier.

sunfish

/ˈsʌn.fɪʃ/

(noun) zonnebaars, zonnevis, maanvis

Voorbeeld:

We caught several small sunfish in the lake.
We vingen verschillende kleine zonnebaarzen in het meer.

brill

/brɪl/

(adjective) geweldig, briljant;

(noun) griet

Voorbeeld:

That's a brill idea!
Dat is een geweldig idee!

cod

/kɑːd/

(noun) kabeljauw;

(verb) bedriegen, voor de gek houden

Voorbeeld:

We had fresh cod for dinner.
We hadden verse kabeljauw als avondeten.

coelacanth

/ˈsiː.lə.kænθ/

(noun) coelacanth, kwastvinvis

Voorbeeld:

The discovery of the living coelacanth was a major scientific event.
De ontdekking van de levende coelacanth was een belangrijke wetenschappelijke gebeurtenis.

dab

/dæb/

(noun) beetje, vlekje, klodder;

(verb) deppen, aanstippen, betten

Voorbeeld:

She put a dab of paint on the canvas.
Ze deed een beetje verf op het doek.

dogfish

/ˈdɑːɡ.fɪʃ/

(noun) hondshaai, doornhaai

Voorbeeld:

The fisherman caught a small dogfish in his net.
De visser ving een kleine hondshaai in zijn net.

flounder

/ˈflaʊn.dɚ/

(verb) ploeteren, struikelen, worstelen;

(noun) bot, schol

Voorbeeld:

The horses were floundering in the heavy snow.
De paarden ploeterden in de zware sneeuw.

flying fish

/ˈflaɪ.ɪŋ fɪʃ/

(noun) vliegende vis

Voorbeeld:

We saw a school of flying fish leap out of the waves.
We zagen een school vliegende vissen uit de golven springen.

haddock

/ˈhæd.ək/

(noun) schelvis

Voorbeeld:

We had smoked haddock for breakfast.
We hadden gerookte schelvis als ontbijt.

hake

/heɪk/

(noun) heek

Voorbeeld:

We had grilled hake for dinner.
We hadden gegrilde heek als avondeten.

halibut

/ˈhæl.ɪ.bət/

(noun) heilbot

Voorbeeld:

We had grilled halibut for dinner.
We hadden gegrilde heilbot als avondeten.

herring

/ˈher.ɪŋ/

(noun) haring

Voorbeeld:

The fishermen caught a large net full of herring.
De vissers vingen een groot net vol haring.

lemon sole

/ˈlem.ən ˌsoʊl/

(noun) tong, limanda

Voorbeeld:

We had grilled lemon sole for dinner.
We hadden gegrilde tong als avondeten.

mackerel

/ˈmæk.rəl/

(noun) makreel

Voorbeeld:

We caught a large mackerel during our fishing trip.
We vingen een grote makreel tijdens onze visreis.

marlin

/ˈmɑːr.lɪn/

(noun) marlin

Voorbeeld:

The fisherman battled a giant marlin for hours.
De visser vocht urenlang met een gigantische marlin.

swordfish

/ˈsɔːrd.fɪʃ/

(noun) zwaardvis

Voorbeeld:

The fisherman caught a massive swordfish.
De visser ving een enorme zwaardvis.

tunny

/ˈtʌn.i/

(noun) tonijn

Voorbeeld:

The fishermen caught a massive tunny off the coast.
De vissers vingen een enorme tonijn voor de kust.

turbot

/ˈtɝː.bət/

(noun) tarbot

Voorbeeld:

The chef prepared a delicious grilled turbot.
De chef bereidde een heerlijke gegrilde tarbot.

whiting

/ˈwaɪ.t̬ɪŋ/

(noun) wijting, witkalk, krijtpoeder

Voorbeeld:

We had fresh whiting for dinner last night.
We hadden gisteravond verse wijting als avondeten.

whitebait

/ˈwaɪt.beɪt/

(noun) spiering, witte visjes

Voorbeeld:

We had crispy fried whitebait as an appetizer.
We hadden knapperig gebakken spiering als voorgerecht.

conger

/ˈkɑŋ.ɡər/

(noun) zeepaling, conger

Voorbeeld:

The fisherman caught a huge conger eel off the coast.
De visser ving een enorme zeepaling voor de kust.

beluga

/bəˈluːɡə/

(noun) beluga, witte dolfijn, belugasteur

Voorbeeld:

The beluga whale is known for its ability to mimic human speech.
De beluga walvis staat bekend om zijn vermogen om menselijke spraak na te bootsen.

codfish

/ˈkɑːd.fɪʃ/

(noun) kabeljauw

Voorbeeld:

We caught a large codfish on our fishing trip.
We vingen een grote kabeljauw tijdens onze visreis.

wrasse

/ræs/

(noun) lipvis

Voorbeeld:

The diver spotted a colorful wrasse swimming among the coral.
De duiker zag een kleurrijke lipvis tussen het koraal zwemmen.

rainbow trout

/ˈreɪn.boʊ ˈtraʊt/

(noun) regenboogforel

Voorbeeld:

We caught a beautiful rainbow trout in the river.
We vingen een prachtige regenboogforel in de rivier.

barracouta

/ˌbærəˈkuːtə/

(noun) barracouta, slangmakreel

Voorbeeld:

The fishermen caught a large barracouta off the coast.
De vissers vingen een grote barracouta voor de kust.

pollock

/ˈpɑː.lək/

(noun) pollak, schelvis

Voorbeeld:

We had baked pollock for dinner last night.
We hadden gisteravond gebakken pollak als avondeten.

horse mackerel

/ˌhɔːrs ˈmæk.ər.əl/

(noun) horsmakreel

Voorbeeld:

We caught several horse mackerel during our fishing trip.
We vingen verschillende horsmakrelen tijdens onze visreis.

manta

/ˈmæn.tə/

(noun) mantarog, manta

Voorbeeld:

We saw a majestic manta ray while diving in the Maldives.
We zagen een majestueuze mantarog tijdens het duiken op de Malediven.

pufferfish

/ˈpʌf.ɚ.fɪʃ/

(noun) kogelvis

Voorbeeld:

The diver spotted a colorful pufferfish hiding among the corals.
De duiker zag een kleurrijke kogelvis zich verstoppen tussen de koralen.

lanternfish

/ˈlæn.tərn.fɪʃ/

(noun) lantaarnvis

Voorbeeld:

The lanternfish uses its photophores to attract prey in the dark depths of the ocean.
De lantaarnvis gebruikt zijn fotofoor om prooien aan te trekken in de donkere diepten van de oceaan.

dory

/ˈdɔːr.i/

(noun) dory, vissersbootje

Voorbeeld:

The fisherman rowed his dory out to sea.
De visser roeide zijn dory de zee op.

barramundi

/ˌber.əˈmʌn.di/

(noun) barramundi

Voorbeeld:

We had delicious grilled barramundi for dinner.
We hadden heerlijke gegrilde barramundi als avondeten.

bluefish

/ˈbluː.fɪʃ/

(noun) blauwvissen

Voorbeeld:

Anglers often target bluefish for their strong fight.
Vissers richten zich vaak op blauwvissen vanwege hun sterke gevecht.

Atlantic salmon

/ətˈlæn.tɪk ˈsæm.ən/

(noun) Atlantische zalm

Voorbeeld:

The chef prepared a delicious dish with fresh Atlantic salmon.
De chef bereidde een heerlijk gerecht met verse Atlantische zalm.

skipjack

/ˈskɪp.dʒæk/

(noun) bonito, gestreepte tonijn, springer

Voorbeeld:

The fishermen caught a large skipjack tuna.
De vissers vingen een grote bonito tonijn.

mudskipper

/ˈmʌdˌskɪp.ər/

(noun) slijkspringer

Voorbeeld:

The mudskipper can breathe through its skin and the lining of its mouth and throat.
De slijkspringer kan ademen via zijn huid en de bekleding van zijn mond en keel.

eel

/iːl/

(noun) aal, paling

Voorbeeld:

The fisherman caught a slippery eel.
De visser ving een glibberige aal.

John Dory

/ˌdʒɑːn ˈdɔːri/

(noun) Sint-Jacobsvis, Zonnevis

Voorbeeld:

The chef prepared a delicious dish of pan-seared John Dory.
De chef bereidde een heerlijk gerecht van gebakken Sint-Jacobsvis.

tuna fish

/ˈtuː.nə ˌfɪʃ/

(noun) tonijn

Voorbeeld:

We caught a huge tuna fish on our fishing trip.
We vingen een enorme tonijn tijdens onze visreis.

bull shark

/ˈbʊl ˌʃɑːrk/

(noun) stierhaai

Voorbeeld:

The divers spotted a large bull shark near the river mouth.
De duikers zagen een grote stierhaai nabij de riviermonding.

hammerhead

/ˈhæm.ər.hed/

(noun) hamerhaai, hamerkop

Voorbeeld:

The diver spotted a large hammerhead shark in the distance.
De duiker zag in de verte een grote hamerhaai.

yellowtail

/ˈjel.oʊ.teɪl/

(noun) geelstaart, geelstaartmakreel

Voorbeeld:

We caught a magnificent yellowtail on our fishing trip.
We vingen een prachtige geelstaart tijdens onze visreis.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland