Vocabulaireverzameling Diervrienden in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Diervrienden' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) amfibie;
(adjective) amfibisch
Voorbeeld:
(noun) cloacadier, eierleggend zoogdier
Voorbeeld:
(noun) buideldier;
(adjective) buideldier
Voorbeeld:
(noun) spinachtige
Voorbeeld:
(noun) vogel, meid, vrouw;
(verb) de middelvinger opsteken
Voorbeeld:
(noun) vis;
(verb) vissen, vissen naar, uitvragen
Voorbeeld:
(noun) insect, kever, afluisterapparaat;
(verb) storen, irriteren, afluisteren
Voorbeeld:
(noun) reptiel
Voorbeeld:
(noun) knaagdier
Voorbeeld:
(noun) pachyderm, dikhuiding
Voorbeeld:
(noun) platvis
Voorbeeld:
(noun) bodemvoeder, bodemvis, paria
Voorbeeld:
(noun) roofvogel
Voorbeeld:
(noun) zangvogel
Voorbeeld:
(noun) koningin, dame (schaakstuk), poes;
(verb) tot koningin maken, kronen
Voorbeeld:
(noun) pakdier, lastdier
Voorbeeld:
(noun) carnivoor, vleeseter
Voorbeeld:
(noun) herbivoor, planteneter
Voorbeeld:
(noun) omnivoren, alleseter
Voorbeeld:
(noun) insecteneter;
(adjective) insectenetend
Voorbeeld:
(noun) jachtvogel, wildvogel
Voorbeeld:
(noun) paradijsvogel, paradijsvogelbloem, strelitzia
Voorbeeld:
(idiom) trekvogel, nomade
Voorbeeld:
(noun) zeevogel
Voorbeeld:
(noun) watervogel, watervogels
Voorbeeld:
(noun) ongedierte, uitschot, gespuis
Voorbeeld:
(adjective) wild, onbeheerst, onbewoond;
(noun) wildernis, natuur;
(adverb) wild, ongecontroleerd
Voorbeeld:
(adjective) tam, saai;
(verb) temmen, bedwingen, beheersen
Voorbeeld:
(noun) roofdier, uitbuiter, predator
Voorbeeld:
(noun) spel, sport, wild;
(verb) manipuleren, bedriegen;
(adjective) bereid, enthousiast
Voorbeeld:
(noun) geleedpotige
Voorbeeld:
(adjective) warmbloedig, hartstochtelijk, enthousiast
Voorbeeld:
(adjective) koudbloedig, poikilotherm, koelbloedig
Voorbeeld:
(noun) ongewerveld dier, invertebrate;
(adjective) ongewerveld
Voorbeeld:
(noun) gewervelde, gewervelden;
(adjective) gewerveld
Voorbeeld:
(noun) gevogelte
Voorbeeld:
(adjective) roofzuchtig, predatorisch, uitbuitend
Voorbeeld:
(noun) gevogelte, pluimvee;
(verb) jagen op gevogelte, vogels vangen
Voorbeeld:
(noun) grote kat, roofkat
Voorbeeld:
(noun) kleine vis, stekelbaars, elrits
Voorbeeld:
(noun) rund, runddier;
(adjective) rundachtig
Voorbeeld:
(noun) antilope
Voorbeeld:
(noun) primaat, aartsbisschop
Voorbeeld:
(noun) herkauwer;
(adjective) overpeinzend, nadenkend
Voorbeeld:
(noun) vector, drager;
(verb) vectoriseren, richten
Voorbeeld:
(noun) zwerfdier, zwerver;
(verb) afwijken, afdwalen;
(adjective) verdwaald, zwervend
Voorbeeld:
(noun) viervoeter;
(adjective) viervoetig
Voorbeeld:
(noun) polymorf, veelvormig organisme, veelvormige stof
Voorbeeld:
(noun) bestuiver
Voorbeeld:
(noun) huisdier, lieveling, oogappel;
(verb) aaien, strelen;
(adjective) huisdier-, tam
Voorbeeld:
(noun) plaag, ongedierte, lastpak
Voorbeeld:
(noun) weekdier
Voorbeeld:
(noun) gastropode, buikpotige
Voorbeeld:
(noun) zoetwatervis
Voorbeeld:
(noun) zoutwatervis, zeevis
Voorbeeld:
(noun) zeevis
Voorbeeld: