Vocabulaireverzameling Verzending in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Verzending' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈæk.jɚ.ət.li/
(adverb) nauwkeurig, precies
Voorbeeld:
The report accurately describes the current situation.
Het rapport beschrijft de huidige situatie nauwkeurig.
/ˈker.i.ɚ/
(noun) drager, vervoerder, provider
Voorbeeld:
The mail carrier delivered the package.
De postbode bezorgde het pakket.
/ˈkæt̬.əl.ɑːɡ/
(noun) catalogus;
(verb) catalogiseren, lijsten
Voorbeeld:
The library has an online catalog of all its books.
De bibliotheek heeft een online catalogus van al haar boeken.
/fʊlˈfɪl/
(verb) vervullen, realiseren, nakomen
Voorbeeld:
He worked hard to fulfill his dream of becoming a doctor.
Hij werkte hard om zijn droom om dokter te worden te vervullen.
/ˈɪn.t̬ə.ɡrəl/
(adjective) integraal, essentieel, geheel;
(noun) integraal
Voorbeeld:
The engine is an integral part of the car.
De motor is een integraal onderdeel van de auto.
/ˈɪn.vən.tɔːr.i/
(noun) inventaris, voorraad, goederen;
(verb) inventariseren, opmaken
Voorbeeld:
The store conducted an annual inventory of all its products.
De winkel voerde een jaarlijkse inventarisatie uit van al zijn producten.
/ˈmɪn.ə.maɪz/
(verb) minimaliseren, verminderen, bagatelliseren
Voorbeeld:
We need to minimize the risks involved in this project.
We moeten de risico's van dit project minimaliseren.
/ɑːn hænd/
(phrase) bij de hand, beschikbaar, aanwezig
Voorbeeld:
Do you have enough cash on hand for the trip?
Heb je genoeg contant geld bij de hand voor de reis?
/rɪˈmem.bɚ/
(verb) herinneren, zich herinneren, onthouden
Voorbeeld:
I can't remember where I put my keys.
Ik kan me niet herinneren waar ik mijn sleutels heb gelaten.
/ʃɪp/
(noun) schip, vaartuig;
(verb) verzenden, vervoeren
Voorbeeld:
The cargo ship sailed across the ocean.
Het vrachtschip zeilde over de oceaan.
/səˈfɪʃ.ənt.li/
(adverb) voldoende, genoeg
Voorbeeld:
The food provided was sufficiently for everyone.
Het verstrekte voedsel was voldoende voor iedereen.
/səˈplaɪ/
(noun) voorraad, levering;
(verb) leveren, voorzien
Voorbeeld:
The emergency services have a good supply of blood.
De hulpdiensten hebben een goede voorraad bloed.