Avatar of Vocabulary Set Financiële Overzichten

Vocabulaireverzameling Financiële Overzichten in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Financiële Overzichten' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

desire

/dɪˈzaɪr/

(noun) verlangen, wens, begeerte;

(verb) verlangen, wensen, begeerte hebben

Voorbeeld:

He expressed a strong desire to travel the world.
Hij uitte een sterk verlangen om de wereld rond te reizen.

detail

/dɪˈteɪl/

(noun) detail, onderdeel;

(verb) gedetailleerd beschrijven, specificeren

Voorbeeld:

The artist paid great attention to every detail in the painting.
De kunstenaar besteedde veel aandacht aan elk detail in het schilderij.

forecast

/ˈfɔːr.kæst/

(noun) voorspelling, prognose;

(verb) voorspellen, prognostiseren

Voorbeeld:

The weather forecast predicts rain for tomorrow.
De weersvoorspelling voorspelt regen voor morgen.

level

/ˈlev.əl/

(noun) niveau, peil, vlak;

(adjective) vlak, waterpas;

(verb) egaliseren, vlak maken

Voorbeeld:

The water level in the reservoir is low.
Het waterpeil in het stuwmeer is laag.

overall

/ˌoʊ.vɚˈɑːl/

(adjective) algemeen, totaal;

(adverb) over het algemeen, in het algemeen;

(noun) overall, tuinbroek

Voorbeeld:

The overall cost of the project was higher than expected.
De totale kosten van het project waren hoger dan verwacht.

perspective

/pɚˈspek.tɪv/

(noun) perspectief, standpunt, dieptewerking

Voorbeeld:

Her unique perspective on the issue offered new insights.
Haar unieke perspectief op de kwestie bood nieuwe inzichten.

project

/ˈprɑː.dʒekt/

(noun) project, plan;

(verb) projecteren, voorspellen, werpen

Voorbeeld:

The team is working on a new software project.
Het team werkt aan een nieuw softwareproject.

realistic

/ˌriː.əˈlɪs.tɪk/

(adjective) realistisch, praktisch, levensecht

Voorbeeld:

It's important to set realistic goals.
Het is belangrijk om realistische doelen te stellen.

target

/ˈtɑːr.ɡɪt/

(noun) doel, doelwit, streven;

(verb) richten op, doelwit maken van, viseren

Voorbeeld:

The archer hit the target with his arrow.
De boogschutter raakte het doel met zijn pijl.

translation

/trænsˈleɪ.ʃən/

(noun) vertaling, vertaalde tekst

Voorbeeld:

The translation of the document took several hours.
De vertaling van het document duurde enkele uren.

typically

/ˈtɪp.ɪ.kəl.i/

(adverb) doorgaans, door de bank genomen

Voorbeeld:

We typically have dinner around 7 PM.
We eten doorgaans rond 19.00 uur.

yield

/jiːld/

(verb) opleveren, produceren, opbrengen;

(noun) opbrengst, productie, rendement

Voorbeeld:

The apple trees yielded a bountiful harvest this year.
De appelbomen leverden dit jaar een overvloedige oogst op.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland