Avatar of Vocabulary Set Bedrijfsplanning

Vocabulaireverzameling Bedrijfsplanning in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Bedrijfsplanning' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

address

/ˈæd.res/

(noun) adres, toespraak, rede;

(verb) toespreken, aanpakken, adresseren

Voorbeeld:

Please write your name and address on the form.
Schrijf alstublieft uw naam en adres op het formulier.

avoid

/əˈvɔɪd/

(verb) vermijden, ontwijken

Voorbeeld:

She tried to avoid eye contact.
Ze probeerde oogcontact te vermijden.

demonstrate

/ˈdem.ən.streɪt/

(verb) aantonen, bewijzen, demonstreren

Voorbeeld:

The study demonstrates the effectiveness of the new drug.
De studie toont de effectiviteit van het nieuwe medicijn aan.

develop

/dɪˈvel.əp/

(verb) ontwikkelen, groeien, krijgen

Voorbeeld:

The company plans to develop new software.
Het bedrijf is van plan nieuwe software te ontwikkelen.

evaluate

/ɪˈvæl.ju.eɪt/

(verb) evalueren, beoordelen, schatten

Voorbeeld:

It's impossible to evaluate these results without knowing more about the research methods.
Het is onmogelijk om deze resultaten te evalueren zonder meer te weten over de onderzoeksmethoden.

gather

/ˈɡæð.ɚ/

(verb) verzamelen, bijeenkomen, opmaken;

(noun) plooi, ruche

Voorbeeld:

A crowd began to gather outside the building.
Een menigte begon zich buiten het gebouw te verzamelen.

offer

/ˈɑː.fɚ/

(verb) aanbieden, offreren, voorstellen;

(noun) aanbod, bod, aanbieding

Voorbeeld:

He offered her a cup of tea.
Hij bood haar een kopje thee aan.

primarily

/praɪˈmer.əl.i/

(adverb) voornamelijk, hoofdzakelijk

Voorbeeld:

The economy is primarily based on tourism.
De economie is voornamelijk gebaseerd op toerisme.

risk

/rɪsk/

(noun) risico, gevaar;

(verb) riskeren, wagen

Voorbeeld:

Smoking increases the risk of heart disease.
Roken verhoogt het risico op hartziekten.

strategy

/ˈstræt̬.ə.dʒi/

(noun) strategie, plan, militaire strategie

Voorbeeld:

The company developed a new marketing strategy.
Het bedrijf ontwikkelde een nieuwe marketingstrategie.

strong

/strɑːŋ/

(adjective) sterk, krachtig, stevig

Voorbeeld:

He is a very strong man.
Hij is een zeer sterke man.

substitution

/ˌsʌb.stəˈtuː.ʃən/

(noun) vervanging, wissel, substitutie

Voorbeeld:

The coach made a tactical substitution in the second half.
De coach voerde een tactische wissel uit in de tweede helft.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland