Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 22 - Een spoedvergadering: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 22 - Een spoedvergadering' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(noun) belangenconflict
Voorbeeld:
(noun) fragment, uittreksel, passage;
(verb) uittreksel maken van, fragmenteren, selecteren
Voorbeeld:
(phrasal verb) tegenaan zetten, leunen tegen
Voorbeeld:
(idiom) vertraging hebben, uitlopen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitzitten, doorstaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) staan op, rusten op, gebaseerd zijn op
Voorbeeld:
(adjective) instemmend, toestemmend
Voorbeeld:
(adverb) op informele wijze, in spreektaal
Voorbeeld:
(adjective) welsprekend, eloquent, sprekend
Voorbeeld:
(noun) factie, groepering
Voorbeeld:
(adjective) onleesbaar
Voorbeeld:
(adverb) vermoedelijk, waarschijnlijk
Voorbeeld:
(verb) afkorten, bekorten
Voorbeeld:
(noun) verkorting, samenvatting, uittreksel
Voorbeeld:
(adjective) coherent, logisch, begrijpelijk
Voorbeeld:
(verb) beperken, opschorten, vastzetten
Voorbeeld:
(noun) tegenbod;
(verb) een tegenbod doen
Voorbeeld:
(verb) verspreiden, uiteengaan
Voorbeeld:
(adjective) vooraanstaand, gerenommeerd, onderscheiden
Voorbeeld:
(adjective) uitgebreid, gedetailleerd, ingewikkeld;
(verb) uitwerken, uitbreiden, verfijnen
Voorbeeld:
(verb) enthousiasmeren, zich enthousiast tonen
Voorbeeld:
(phrase) een vergadering leiden, een vergadering modereren
Voorbeeld:
(idiom) kleine kans, voor het geval dat
Voorbeeld:
(adjective) voorzittend, leidend
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitstellen, opschorten, afstoten
Voorbeeld:
(phrasal verb) opkomen voor, verdedigen
Voorbeeld:
(adjective) beknopt, bondig
Voorbeeld:
(noun) topontmoeting, topoverleg
Voorbeeld:
(verb) dagvaarden, ontbieden, bijeenroepen
Voorbeeld:
(verb) handhaven, hooghouden, steunen
Voorbeeld: