Avatar of Vocabulary Set 900 punten

Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 19 - Hoe hoog is de bonus?: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 19 - Hoe hoog is de bonus?' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

coil

/kɔɪl/

(noun) spiraal, rol, wikkel;

(verb) rollen, oprollen, wikkelen

Voorbeeld:

The snake lay in a tight coil.
De slang lag in een strakke spiraal.

make forecast

/meɪk ˈfɔːr.kæst/

(collocation) voorspellen, een prognose maken

Voorbeeld:

Economists are trying to make a forecast about the inflation rate for next year.
Economen proberen een voorspelling te doen over de inflatie voor volgend jaar.

retrieve

/rɪˈtriːv/

(verb) terughalen, ophalen

Voorbeeld:

She was able to retrieve her lost wallet.
Ze kon haar verloren portemonnee terughalen.

uncover

/ʌnˈkʌv.ɚ/

(verb) onthullen, blootleggen

Voorbeeld:

He uncovered the painting to reveal its beauty.
Hij onthulde het schilderij om de schoonheid ervan te tonen.

distributor

/dɪˈstrɪb.jə.t̬ɚ/

(noun) distributeur, verdeler, stroomverdeler

Voorbeeld:

We are the sole distributor of these products in the region.
Wij zijn de enige distributeur van deze producten in de regio.

estimated

/ˈes.tə.meɪ.t̬ɪd/

(adjective) geschat, geraamd

Voorbeeld:

The estimated cost of the project is $1 million.
De geschatte kosten van het project zijn $1 miljoen.

financier

/fɪˈnæn.si.ɚ/

(noun) financier, financier (gebakje)

Voorbeeld:

The project was funded by a wealthy financier from New York.
Het project werd gefinancierd door een rijke financier uit New York.

gratified

/ˈɡræt̬.ə.faɪd/

(adjective) tevreden, verheugd, voldaan

Voorbeeld:

She felt gratified by the positive feedback on her presentation.
Ze voelde zich tevreden door de positieve feedback op haar presentatie.

hollow

/ˈhɑː.loʊ/

(adjective) hol, leeg, onoprecht;

(noun) holte, dal, depressie;

(verb) uithollen, uitgraven

Voorbeeld:

The tree trunk was hollow inside.
De boomstam was van binnen hol.

immeasurably

/ɪˈmeʒ.ɚ.ə.bli/

(adverb) onmetelijk, onmeetbaar, immens

Voorbeeld:

Her contribution to the project was immeasurably valuable.
Haar bijdrage aan het project was onmetelijk waardevol.

indicated

/ˈɪn.dɪ.keɪ.tɪd/

(adjective) aangegeven, vermeld, gespecificeerd

Voorbeeld:

The indicated route is the fastest way to the city center.
De aangegeven route is de snelste weg naar het stadscentrum.

indicative

/ɪnˈdɪk.ə.t̬ɪv/

(adjective) indicatief, aanduidend, aantonende wijs;

(noun) aantonende wijs

Voorbeeld:

His poor performance is indicative of a lack of effort.
Zijn slechte prestaties zijn indicatief voor een gebrek aan inspanning.

literally

/ˈlɪt̬.ɚ.əl.i/

(adverb) letterlijk, precies, echt

Voorbeeld:

I was literally starving after not eating all day.
Ik stierf letterlijk van de honger nadat ik de hele dag niets had gegeten.

minimally

/ˈmɪn.ə.məl.i/

(adverb) minimaal

Voorbeeld:

The damage to the car was minimally visible.
De schade aan de auto was minimaal zichtbaar.

outpace

/ˌaʊtˈpeɪs/

(verb) overtreffen, vooruitlopen op

Voorbeeld:

The company's growth continues to outpace its competitors.
De groei van het bedrijf blijft zijn concurrenten overtreffen.

outsell

/ˌaʊtˈsel/

(verb) meer verkopen dan, overtreffen in verkoop

Voorbeeld:

The new smartphone model is expected to outsell its competitors.
Het nieuwe smartphonemodel zal naar verwachting zijn concurrenten overtreffen in verkoop.

proportionate

/prəˈpɔːr.ʃə.nət/

(adjective) evenredig, proportioneel

Voorbeeld:

The punishment should be proportionate to the crime.
De straf moet evenredig zijn aan de misdaad.

rewarding

/rɪˈwɔːr.dɪŋ/

(adjective) lonend, bevredigend

Voorbeeld:

Teaching can be a very rewarding profession.
Lesgeven kan een zeer lonend beroep zijn.

signify

/ˈsɪɡ.nə.faɪ/

(verb) betekenen, aanduiden, wijzen op

Voorbeeld:

A red light signifies danger.
Een rood licht betekent gevaar.

steeply

/ˈstiːp.li/

(adverb) steil, scherp, duur

Voorbeeld:

The path climbed steeply up the mountain.
Het pad klom steil de berg op.

subside

/səbˈsaɪd/

(verb) zakken, afnemen, bedaren

Voorbeeld:

The floodwaters began to subside after several days.
Het overstromingswater begon na enkele dagen te zakken.

swell

/swel/

(verb) zwellen, aanzwellen;

(noun) deining;

(adjective) fantastisch, geweldig

Voorbeeld:

His ankle started to swell after the fall.
Zijn enkel begon te zwellen na de val.

terminology

/ˌtɝː.məˈnɑː.lə.dʒi/

(noun) terminologie, vakjargon

Voorbeeld:

It's important to understand the specific terminology used in legal documents.
Het is belangrijk om de specifieke terminologie te begrijpen die in juridische documenten wordt gebruikt.

variably

/ˈver.i.ə.bli/

(adverb) variabel, wisselend

Voorbeeld:

The quality of the service can be variably good depending on the staff.
De kwaliteit van de service kan variabel goed zijn, afhankelijk van het personeel.

vitally

/ˈvaɪ.t̬əl.i/

(adverb) vitaal, essentieel, cruciaal

Voorbeeld:

It is vitally important that we address this issue immediately.
Het is van vitaal belang dat we dit probleem onmiddellijk aanpakken.

agile

/ˈædʒ.əl/

(adjective) wendbaar, lenig, scherp

Voorbeeld:

Monkeys are very agile climbers.
Apen zijn zeer wendbare klimmers.

deviate

/ˈdiː.vi.eɪt/

(verb) afwijken, afwijken van

Voorbeeld:

The plane had to deviate from its flight path due to bad weather.
Het vliegtuig moest afwijken van zijn vliegroute vanwege slecht weer.

even out

/ˈiː.vən aʊt/

(phrasal verb) gelijk worden, egaliseren, uitvlakken

Voorbeeld:

The scores evened out as the game progressed.
De scores werden gelijk naarmate het spel vorderde.

infusion

/ɪnˈfjuː.ʒən/

(noun) injectie, instroom, toevoeging

Voorbeeld:

The new manager brought a much-needed infusion of energy to the team.
De nieuwe manager bracht een broodnodige injectie van energie in het team.

insolvent

/ɪnˈsɑːl.vənt/

(adjective) insolvent, failliet

Voorbeeld:

The company was declared insolvent after failing to meet its financial obligations.
Het bedrijf werd insolvent verklaard nadat het zijn financiële verplichtingen niet kon nakomen.

offset

/ˌɑːfˈset/

(noun) compensatie, tegenwicht;

(verb) compenseren, uitbalanceren

Voorbeeld:

The extra cost was an offset by the increased sales.
De extra kosten werden gecompenseerd door de toegenomen verkoop.

profit margin

/ˈprɑː.fɪt ˌmɑːr.dʒɪn/

(noun) winstmarge

Voorbeeld:

The company's profit margin increased significantly last quarter.
De winstmarge van het bedrijf is vorig kwartaal aanzienlijk gestegen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland