Avatar of Vocabulary Set Basis 2

Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 7 - Marketingstrategie (1): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 7 - Marketingstrategie (1)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

after all

/ˌæf.tər ˈɑːl/

(adverb) uiteindelijk, toch, tenslotte

Voorbeeld:

He said he wouldn't come, but he showed up after all.
Hij zei dat hij niet zou komen, maar hij kwam uiteindelijk toch opdagen.

answer the phone

/ˈæn.sɚ ðə foʊn/

(phrase) de telefoon opnemen

Voorbeeld:

Could you please answer the phone? I'm busy cooking.
Kun je alsjeblieft de telefoon opnemen? Ik ben druk aan het koken.

as it is

/æz ɪt ɪz/

(idiom) zoals het is, onveranderd, zoals het nu is

Voorbeeld:

We should leave the old house as it is; it has a lot of character.
We moeten het oude huis laten zoals het is; het heeft veel karakter.

be based on

/bi beɪst ɑːn/

(phrasal verb) gebaseerd zijn op

Voorbeeld:

The movie is based on a true story.
De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

be familiar with

/bi fəˈmɪl.jɚ wɪð/

(idiom) bekend zijn met, vertrouwd zijn met

Voorbeeld:

Are you familiar with this software?
Ben je bekend met deze software?

concrete

/ˈkɑːn.kriːt/

(noun) beton;

(adjective) concreet, tastbaar;

(verb) betonneren

Voorbeeld:

The bridge was built with reinforced concrete.
De brug is gebouwd met gewapend beton.

conflict with

/ˈkɑːn.flɪkt wɪð/

(phrasal verb) in strijd zijn met, botsen met

Voorbeeld:

The results of the study conflict with earlier findings.
De resultaten van het onderzoek zijn in strijd met eerdere bevindingen.

on display

/ɒn dɪˈspleɪ/

(phrase) te zien, uitgestald, zichtbaar

Voorbeeld:

The new art collection is on display at the museum.
De nieuwe kunstcollectie is te zien in het museum.

shadow

/ˈʃæd.oʊ/

(noun) schaduw, schim;

(verb) schaduwen, volgen

Voorbeeld:

The tree cast a long shadow on the grass.
De boom wierp een lange schaduw op het gras.

around the world

/əˈraʊnd ðə wɜːrld/

(idiom) over de hele wereld, de wereld rond

Voorbeeld:

The news spread quickly around the world.
Het nieuws verspreidde zich snel over de hele wereld.

array

/əˈreɪ/

(noun) verzameling, scala, reeks;

(verb) opstellen, schikken, ordenen

Voorbeeld:

There was a vast array of books in the library.
Er was een enorme verzameling boeken in de bibliotheek.

attempt

/əˈtempt/

(noun) poging, proef;

(verb) proberen, ondernemen

Voorbeeld:

He made an attempt to climb the mountain.
Hij deed een poging om de berg te beklimmen.

audio-visual

/ˌɑː.di.oʊˈvɪʒ.u.əl/

(adjective) audiovisueel;

(noun) audiovisueel, audiovisuele middelen

Voorbeeld:

The classroom is equipped with modern audio-visual aids.
Het klaslokaal is uitgerust met moderne audiovisuele hulpmiddelen.

avoid

/əˈvɔɪd/

(verb) vermijden, ontwijken

Voorbeeld:

She tried to avoid eye contact.
Ze probeerde oogcontact te vermijden.

based

/ -beɪst/

(adjective) gevestigd, gebaseerd, gebaseerd op;

(verb) baseren, gronden

Voorbeeld:

The company is based in London.
Het bedrijf is gevestigd in Londen.

cinema

/ˈsɪn.ə.mə/

(noun) bioscoop, filmindustrie, cinema

Voorbeeld:

Let's go to the cinema tonight.
Laten we vanavond naar de bioscoop gaan.

competitive

/kəmˈpet̬.ə.t̬ɪv/

(adjective) competitief, concurrerend, strijdlustig

Voorbeeld:

The company operates in a highly competitive market.
Het bedrijf opereert in een zeer competitieve markt.

conclude

/kənˈkluːd/

(verb) beëindigen, afsluiten, concluderen

Voorbeeld:

The meeting concluded with a vote.
De vergadering eindigde met een stemming.

energy drink

/ˈen.ɚ.dʒi ˌdrɪŋk/

(noun) energiedrank

Voorbeeld:

He grabbed an energy drink to stay awake during the night shift.
Hij pakte een energiedrankje om wakker te blijven tijdens de nachtdienst.

find out

/faɪnd aʊt/

(phrasal verb) uitvinden, ontdekken, erachter komen

Voorbeeld:

I need to find out when the next train leaves.
Ik moet uitzoeken wanneer de volgende trein vertrekt.

informal

/ɪnˈfɔːr.məl/

(adjective) informeel, casual, vrijblijvend

Voorbeeld:

The meeting had an informal atmosphere.
De vergadering had een informele sfeer.

marketplace

/ˈmɑːr.kɪt.pleɪs/

(noun) marktplaats, markt, handelsarena

Voorbeeld:

The old town square used to be a bustling marketplace.
Het oude stadsplein was vroeger een bruisende marktplaats.

practice

/ˈpræk.tɪs/

(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;

(verb) oefenen, trainen, uitoefenen

Voorbeeld:

It's a good theory, but it won't work in practice.
Het is een goede theorie, maar het zal in de praktijk niet werken.

public relations department

/ˌpʌb.lɪk rɪˈleɪ.ʃənz dɪˌpɑːrt.mənt/

(noun) afdeling public relations, PR-afdeling

Voorbeeld:

The company's public relations department issued a statement regarding the recent controversy.
De afdeling public relations van het bedrijf heeft een verklaring afgegeven over de recente controverse.

sales

/seɪlz/

(plural noun) verkoop, afzet, uitverkoop

Voorbeeld:

Our company's sales increased by 20% last quarter.
De verkoop van ons bedrijf steeg met 20% vorig kwartaal.

strict

/strɪkt/

(adjective) streng, strik, strikt

Voorbeeld:

My parents were very strict about bedtime.
Mijn ouders waren erg streng over bedtijd.

tool

/tuːl/

(noun) gereedschap, hulpmiddel, instrument;

(verb) uitrusten, voorzien van gereedschap

Voorbeeld:

He used a hammer as a tool to fix the broken chair.
Hij gebruikte een hamer als gereedschap om de kapotte stoel te repareren.

typical

/ˈtɪp.ɪ.kəl/

(adjective) typisch, kenmerkend, gebruikelijk

Voorbeeld:

It was a typical example of his generosity.
Het was een typisch voorbeeld van zijn vrijgevigheid.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland