Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 7 - Marketingstrategie (1): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 7 - Marketingstrategie (1)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adverb) uiteindelijk, toch, tenslotte
Voorbeeld:
(phrase) de telefoon opnemen
Voorbeeld:
(idiom) zoals het is, onveranderd, zoals het nu is
Voorbeeld:
(phrasal verb) gebaseerd zijn op
Voorbeeld:
(idiom) bekend zijn met, vertrouwd zijn met
Voorbeeld:
(noun) beton;
(adjective) concreet, tastbaar;
(verb) betonneren
Voorbeeld:
(phrasal verb) in strijd zijn met, botsen met
Voorbeeld:
(phrase) te zien, uitgestald, zichtbaar
Voorbeeld:
(noun) schaduw, schim;
(verb) schaduwen, volgen
Voorbeeld:
(idiom) over de hele wereld, de wereld rond
Voorbeeld:
(noun) verzameling, scala, reeks;
(verb) opstellen, schikken, ordenen
Voorbeeld:
(noun) poging, proef;
(verb) proberen, ondernemen
Voorbeeld:
(adjective) audiovisueel;
(noun) audiovisueel, audiovisuele middelen
Voorbeeld:
(verb) vermijden, ontwijken
Voorbeeld:
(adjective) gevestigd, gebaseerd, gebaseerd op;
(verb) baseren, gronden
Voorbeeld:
(noun) bioscoop, filmindustrie, cinema
Voorbeeld:
(adjective) competitief, concurrerend, strijdlustig
Voorbeeld:
(verb) beëindigen, afsluiten, concluderen
Voorbeeld:
(noun) energiedrank
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitvinden, ontdekken, erachter komen
Voorbeeld:
(adjective) informeel, casual, vrijblijvend
Voorbeeld:
(noun) marktplaats, markt, handelsarena
Voorbeeld:
(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;
(verb) oefenen, trainen, uitoefenen
Voorbeeld:
(noun) afdeling public relations, PR-afdeling
Voorbeeld:
(plural noun) verkoop, afzet, uitverkoop
Voorbeeld:
(adjective) streng, strik, strikt
Voorbeeld:
(noun) gereedschap, hulpmiddel, instrument;
(verb) uitrusten, voorzien van gereedschap
Voorbeeld:
(adjective) typisch, kenmerkend, gebruikelijk
Voorbeeld: