Avatar of Vocabulary Set Vorm

Vocabulaireverzameling Vorm in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Vorm' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

asymmetry

/eɪˈsɪm.ə.tri/

(noun) asymmetrie, ongelijkheid

Voorbeeld:

The architect intentionally designed the building with a striking asymmetry.
De architect ontwierp het gebouw opzettelijk met een opvallende asymmetrie.

asymmetric

/ˌeɪ.sɪˈmet.rɪk/

(adjective) asymmetrisch

Voorbeeld:

The building has an asymmetric design, with different-sized windows on each side.
Het gebouw heeft een asymmetrisch ontwerp, met ramen van verschillende grootte aan elke kant.

symmetric

/sɪˈmɛtrɪk/

(adjective) symmetrisch

Voorbeeld:

The butterfly has a symmetric pattern on its wings.
De vlinder heeft een symmetrisch patroon op zijn vleugels.

geometric

/ˌdʒiː.əˈmet.rɪk/

(adjective) geometrisch, met geometrische vormen

Voorbeeld:

The architect used geometric shapes in the building's design.
De architect gebruikte geometrische vormen in het ontwerp van het gebouw.

hemisphere

/ˈhem.ə.sfɪr/

(noun) halfrond, helft, hersenhelft

Voorbeeld:

The Amazon rainforest is primarily located in the Southern Hemisphere.
Het Amazoneregenwoud bevindt zich voornamelijk op het zuidelijk halfrond.

diagonal

/daɪˈæɡ.ən.əl/

(noun) diagonaal;

(adjective) diagonaal

Voorbeeld:

Draw a diagonal line from one corner to the other.
Trek een diagonale lijn van de ene hoek naar de andere.

crescent

/ˈkres.ənt/

(noun) sikkel, halvemaan, croissant;

(adjective) sikkelvormig, halvemaanvormig

Voorbeeld:

The moon was a thin crescent in the night sky.
De maan was een dunne sikkel aan de nachtelijke hemel.

arc

/ɑːrk/

(noun) boog, kromming, lichtboog;

(verb) buigen, een boog maken

Voorbeeld:

The bridge has a beautiful arc.
De brug heeft een prachtige boog.

axis

/ˈæk.sɪs/

(noun) as, alliantie

Voorbeeld:

The Earth rotates on its axis.
De aarde draait om haar as.

perimeter

/pəˈrɪm.ə.t̬ɚ/

(noun) omtrek, grens

Voorbeeld:

The perimeter of the square is 20 cm.
De omtrek van het vierkant is 20 cm.

semicircle

/ˈsem.iˌsɝː.kəl/

(noun) halve cirkel, semicirkel

Voorbeeld:

The sun set, casting a perfect semicircle of light on the horizon.
De zon ging onder en wierp een perfecte halve cirkel van licht op de horizon.

cylinder

/ˈsɪl.ɪn.dɚ/

(noun) cilinder

Voorbeeld:

The engine block contains several cylinders.
Het motorblok bevat meerdere cilinders.

prism

/ˈprɪz.əm/

(noun) prisma

Voorbeeld:

The light was refracted as it passed through the glass prism.
Het licht werd gebroken toen het door het glazen prisma ging.

triangular

/-lɚ/

(adjective) driehoekig, driezijdig

Voorbeeld:

The roof of the house had a triangular shape.
Het dak van het huis had een driehoekige vorm.

spiral

/ˈspaɪr.əl/

(noun) spiraal, neerwaartse spiraal;

(verb) spiralen, kronkelen, verslechteren;

(adjective) spiraalvormig

Voorbeeld:

The staircase wound upwards in a graceful spiral.
De trap draaide sierlijk omhoog in een spiraal.

concentric

/kənˈsen.trɪk/

(adjective) concentrisch

Voorbeeld:

The target has several concentric rings.
Het doel heeft verschillende concentrische ringen.

oblong

/ˈɑː.blɑːŋ/

(adjective) langwerpig, ovaal;

(noun) langwerpig object, ovaal

Voorbeeld:

The table was oblong, not perfectly round.
De tafel was langwerpig, niet perfect rond.

oval

/ˈoʊ.vəl/

(adjective) ovaal;

(noun) ovaal

Voorbeeld:

The table had an oval top.
De tafel had een ovale bovenkant.

pentagon

/-t̬ə.ɡɑːn/

(noun) vijfhoek, het Pentagon

Voorbeeld:

The architect designed a building in the shape of a pentagon.
De architect ontwierp een gebouw in de vorm van een vijfhoek.

zigzag

/ˈzɪɡ.zæɡ/

(noun) zigzag;

(adjective) zigzag, kronkelig;

(adverb) zigzag;

(verb) zigzaggen

Voorbeeld:

The path followed a steep zigzag up the hillside.
Het pad volgde een steile zigzag de heuvel op.

concave

/ˈkɑːn.keɪv/

(adjective) concaaf, hol

Voorbeeld:

The spoon has a concave shape.
De lepel heeft een concave vorm.

convex

/ˈkɑːn.veks/

(adjective) convex, bol

Voorbeeld:

The lens of the magnifying glass is convex.
De lens van het vergrootglas is convex.

helix

/ˈhiː.lɪks/

(noun) helix, spiraal

Voorbeeld:

The DNA molecule has a double helix structure.
Het DNA-molecuul heeft een dubbele helixstructuur.

hexagon

/ˈhek.sə.ɡɑːn/

(noun) zeshoek

Voorbeeld:

A honeycomb is made up of many small hexagons.
Een honingraat bestaat uit vele kleine zeshoeken.

polygon

/ˈpɑː.li.ɡɑːn/

(noun) veelhoek

Voorbeeld:

A square is a type of regular polygon with four equal sides and four right angles.
Een vierkant is een type regelmatige veelhoek met vier gelijke zijden en vier rechte hoeken.

octagon

/ˈɑːk.tə.ɡɑːn/

(noun) achthoek

Voorbeeld:

The stop sign is a perfect example of an octagon.
Het stopbord is een perfect voorbeeld van een achthoek.

rhombus

/ˈrɑːm.bəs/

(noun) ruit, rombos

Voorbeeld:

The artist used a rhombus shape in the abstract painting.
De kunstenaar gebruikte een ruitvorm in het abstracte schilderij.

rhomboid

/ˈrɑːm.bɔɪd/

(noun) romboid, ruitvorm, ruitvormige spier;

(adjective) ruitvormig, romboidaal

Voorbeeld:

The pattern on the fabric consisted of repeating rhomboids.
Het patroon op de stof bestond uit herhalende ruitvormen.

conical

/ˈkɑː.nɪ.kəl/

(adjective) conisch, kegelvormig

Voorbeeld:

The mountain peak was perfectly conical.
De bergtop was perfect conisch.

cubic

/ˈkjuː.bɪk/

(adjective) kubiek

Voorbeeld:

The room was a perfect cubic shape.
De kamer had een perfect kubieke vorm.

curl

/kɝːl/

(verb) krullen, opkrullen;

(noun) krul

Voorbeeld:

Her hair tends to curl in humid weather.
Haar haar heeft de neiging te krullen bij vochtig weer.

lozenge

/ˈlɑː.zəndʒ/

(noun) pastille, zuigtablet, ruit

Voorbeeld:

She sucked on a cough lozenge to soothe her throat.
Ze zoog op een hoestpastille om haar keel te verzachten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland