Avatar of Vocabulary Set Aarde en water

Vocabulaireverzameling Aarde en water in SAT Science-woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Aarde en water' in 'SAT Science-woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

terrain

/təˈreɪn/

(noun) terrein, land

Voorbeeld:

The mountainous terrain made hiking difficult.
Het bergachtige terrein maakte wandelen moeilijk.

pasture

/ˈpæs.tʃɚ/

(noun) weide, grasland;

(verb) weiden, grazen

Voorbeeld:

The cows grazed peacefully in the green pasture.
De koeien graasden vredig in de groene weide.

foothill

/ˈfʊt.hɪl/

(noun) uitloper, heuvel aan de voet

Voorbeeld:

The village is nestled in the foothills of the Alps.
Het dorp ligt genesteld in de uitlopers van de Alpen.

crest

/krest/

(noun) kam, kuif, golfkam;

(verb) de top bereiken, oversteken

Voorbeeld:

The rooster had a bright red crest.
De haan had een felrode kam.

boulder

/ˈboʊl.dɚ/

(noun) rotsblok, kei

Voorbeeld:

The path was blocked by a massive boulder.
Het pad werd geblokkeerd door een enorme rotsblok.

ridge

/rɪdʒ/

(noun) rug, bergrug, heuvelrug;

(verb) ribbelen, ploegen

Voorbeeld:

We hiked along the mountain ridge.
We wandelden langs de bergrug.

landslide

/ˈlænd.slaɪd/

(noun) landverschuiving, aardverschuiving, overwinning

Voorbeeld:

The heavy rains caused a dangerous landslide.
De zware regenval veroorzaakte een gevaarlijke landverschuiving.

meadow

/ˈmed.oʊ/

(noun) weide, grasland

Voorbeeld:

Cows were grazing peacefully in the green meadow.
Koeien graasden vredig in de groene weide.

rainforest

/ˈreɪn.fɔːr.ɪst/

(noun) regenwoud

Voorbeeld:

The Amazon rainforest is home to millions of species.
Het Amazone regenwoud is de thuisbasis van miljoenen soorten.

landmark

/ˈlænd.mɑːrk/

(noun) oriëntatiepunt, herkenningspunt, mijlpaal;

(adjective) baanbrekend, historisch

Voorbeeld:

The Eiffel Tower is a famous landmark in Paris.
De Eiffeltoren is een beroemd oriëntatiepunt in Parijs.

mound

/maʊnd/

(noun) heuvel, terp, hoop;

(verb) ophopen, opstapelen

Voorbeeld:

The children built a large mound of sand on the beach.
De kinderen bouwden een grote heuvel van zand op het strand.

mudflat

/ˈmʌd.flæt/

(noun) modderplaat, slik

Voorbeeld:

Many migratory birds feed on the mudflats during low tide.
Veel trekvogels voeden zich op de modderplaten tijdens eb.

berm

/bɝːm/

(noun) berm;

(verb) bermen, omwallen

Voorbeeld:

The soldiers built a berm to protect the camp from flooding.
De soldaten bouwden een berm om het kamp tegen overstromingen te beschermen.

bluff

/blʌf/

(verb) bluffen, misleiden;

(noun) bluf, misleiding, klif;

(adjective) stomp, steil

Voorbeeld:

He tried to bluff his way into the concert without a ticket.
Hij probeerde zich te bluffen naar het concert zonder ticket.

bank

/bæŋk/

(noun) bank, oever, wal;

(verb) storten, bankieren, ophopen

Voorbeeld:

I need to go to the bank to deposit a check.
Ik moet naar de bank om een cheque te storten.

gorge

/ɡɔːrdʒ/

(noun) kloof, ravijn;

(verb) volproppen, schrokken

Voorbeeld:

The river carved a deep gorge through the mountains.
De rivier sneed een diepe kloof door de bergen.

tundra

/ˈtʌn.drə/

(noun) toendra

Voorbeeld:

The caribou migrate across the vast tundra.
De kariboe migreren over de uitgestrekte toendra.

tract

/trækt/

(noun) stuk land, gebied, terrein

Voorbeeld:

The government purchased a large tract of land for the new park.
De overheid kocht een groot stuk land voor het nieuwe park.

overland

/ˈoʊ.vɚ.lænd/

(adjective) over land, land-;

(adverb) over land, landinwaarts

Voorbeeld:

They traveled overland from Europe to Asia.
Ze reisden over land van Europa naar Azië.

erode

/ɪˈroʊd/

(verb) eroderen, afslijten, ondermijnen

Voorbeeld:

The constant wind and rain eroded the ancient ruins.
De constante wind en regen erodeerden de oude ruïnes.

rapid

/ˈræp.ɪd/

(adjective) snel, rap

Voorbeeld:

The company experienced rapid growth in the last quarter.
Het bedrijf kende een snelle groei in het laatste kwartaal.

creek

/kriːk/

(noun) kreek, beek

Voorbeeld:

We anchored the boat in a quiet creek.
We ankerden de boot in een rustige kreek.

tributary

/ˈtrɪb.jə.ter.i/

(noun) zijrivier, toestroom;

(adjective) tributair, ondergeschikt

Voorbeeld:

The Amazon River has many large tributaries.
De Amazone heeft veel grote zijrivieren.

puddle

/ˈpʌd.əl/

(noun) plas;

(verb) plassen, zich ophopen

Voorbeeld:

The children loved splashing in the puddles after the rain.
De kinderen vonden het heerlijk om in de plassen te spetteren na de regen.

eddy

/ˈed.i/

(noun) draaikolk, werveling, luchtwerveling;

(verb) wervelen, draaien

Voorbeeld:

The boat was caught in a strong eddy.
De boot werd gevangen in een sterke draaikolk.

current

/ˈkɝː.ənt/

(adjective) huidig, actueel;

(noun) stroom, stroming, elektrische stroom

Voorbeeld:

What's your current address?
Wat is je huidige adres?

brook

/brʊk/

(noun) beek;

(verb) dulden, tolereren

Voorbeeld:

We crossed the shallow brook by stepping on stones.
We staken de ondiepe beek over door op stenen te stappen.

ripple

/ˈrɪp.əl/

(noun) rimpel, golfje, golf;

(verb) rimpelen, golven, zich verspreiden

Voorbeeld:

A stone thrown into the pond created a series of ripples.
Een steen die in de vijver werd gegooid, veroorzaakte een reeks rimpelingen.

trickle

/ˈtrɪk.əl/

(verb) sijpelen, druppelen;

(noun) straaltje, sijpeling

Voorbeeld:

Tears began to trickle down her cheeks.
Tranen begonnen over haar wangen te druppelen.

inlet

/ˈɪn.let/

(noun) inham, baai, fjord

Voorbeeld:

The boat sailed into a narrow inlet.
De boot voer een smalle inham binnen.

swash

/swɑːʃ/

(noun) spoeling, golfslag;

(verb) spoelen, klotsen

Voorbeeld:

The gentle swash of the waves lulled her to sleep.
Het zachte spoelen van de golven wiegde haar in slaap.

run off

/rʌn ˈɔːf/

(phrasal verb) ervandoor gaan, weglopen, afdrukken;

(noun) tweede ronde, beslissende wedstrijd, afvoer

Voorbeeld:

The couple decided to run off and get married.
Het stel besloot er vandoor te gaan en te trouwen.

lagoon

/ləˈɡuːn/

(noun) lagune

Voorbeeld:

The resort had bungalows built over a beautiful blue lagoon.
Het resort had bungalows gebouwd over een prachtige blauwe lagune.

swamp

/swɑːmp/

(noun) moeras, veen;

(verb) overspoelen, overweldigen

Voorbeeld:

The explorers had to trek through a dense swamp.
De ontdekkingsreizigers moesten door een dicht moeras trekken.

estuary

/ˈes.tu.er.i/

(noun) riviermonding, estuarium

Voorbeeld:

Many species of fish and birds thrive in the rich ecosystem of the estuary.
Veel vis- en vogelsoorten gedijen in het rijke ecosysteem van de riviermonding.

gully

/ˈɡʌl.i/

(noun) geul, ravijn, afwateringsgeul

Voorbeeld:

The heavy rain created a deep gully in the hillside.
De zware regen creëerde een diepe geul in de heuvel.

slough

/slʌf/

(noun) moeras, slijk;

(verb) afwerpen, afschilferen

Voorbeeld:

The boat got stuck in the muddy slough.
De boot kwam vast te zitten in het modderige moeras.

splatter

/ˈsplæt̬.ɚ/

(verb) spatten, bespatten;

(noun) spat, vlek

Voorbeeld:

The rain began to splatter against the window.
De regen begon tegen het raam te spatten.

fjord

/fjɔːrd/

(noun) fjord

Voorbeeld:

The cruise ship sailed slowly through the majestic fjord.
Het cruiseschip voer langzaam door de majestueuze fjord.

tsunami

/tsuːˈnɑː.mi/

(noun) tsunami, vloedgolf

Voorbeeld:

The coastal town was devastated by a powerful tsunami.
De kustplaats werd verwoest door een krachtige tsunami.

cascade

/kæsˈkeɪd/

(noun) waterval, cascade, reeks;

(verb) vallen, stromen, neerstromen

Voorbeeld:

The river flowed over a series of beautiful cascades.
De rivier stroomde over een reeks prachtige watervallen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland