Avatar of Vocabulary Set Hobby's en interesses

Vocabulaireverzameling Hobby's en interesses in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Hobby's en interesses' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

sketching

/ˈsketʃɪŋ/

(noun) schetsen, schetstekenen;

(verb) schetsend, tekenend

Voorbeeld:

She enjoys sketching landscapes in her free time.
Ze geniet van het schetsen van landschappen in haar vrije tijd.

basketry

/ˈbæskɪtri/

(noun) mandenvlechten, vlechtwerk

Voorbeeld:

She learned the art of basketry from her grandmother.
Ze leerde de kunst van het mandenvlechten van haar grootmoeder.

origami

/ˌɔːr.ɪˈɡɑː.mi/

(noun) origami, papiervouwkunst

Voorbeeld:

She learned how to make a crane using origami.
Ze leerde hoe ze een kraanvogel moest maken met origami.

practice

/ˈpræk.tɪs/

(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;

(verb) oefenen, trainen, uitoefenen

Voorbeeld:

It's a good theory, but it won't work in practice.
Het is een goede theorie, maar het zal in de praktijk niet werken.

meditation

/ˌmed.əˈteɪ.ʃən/

(noun) meditatie, overpeinzing

Voorbeeld:

She practices meditation daily to reduce stress.
Ze beoefent dagelijks meditatie om stress te verminderen.

workday

/ˈwɝːk.deɪ/

(noun) werkdag

Voorbeeld:

I usually start my workday at 9 AM.
Ik begin mijn werkdag meestal om 9 uur 's ochtends.

frequency

/ˈfriː.kwən.si/

(noun) frequentie, regelmaat, golflengte

Voorbeeld:

The frequency of his visits increased over time.
De frequentie van zijn bezoeken nam toe na verloop van tijd.

streak

/striːk/

(noun) streep, spoor, reeks;

(verb) schieten, razen, strepen

Voorbeeld:

The car left a long black streak on the road.
De auto liet een lange zwarte streep achter op de weg.

alarm

/əˈlɑːrm/

(noun) alarm, wekker, angst;

(verb) alarmeren, verontrusten

Voorbeeld:

The fire alarm blared loudly.
Het brandalarm loeide luid.

reminder

/rɪˈmaɪn.dɚ/

(noun) herinnering, aandenken

Voorbeeld:

This old photograph is a constant reminder of my childhood.
Deze oude foto is een constante herinnering aan mijn jeugd.

knitting

/ˈnit̬.ɪŋ/

(noun) breien, breiwerk, gebreide stof

Voorbeeld:

She enjoys knitting in her free time.
Ze geniet van breien in haar vrije tijd.

blogging

/ˈblɑː.ɡɪŋ/

(noun) bloggen;

(verb) bloggend, aan het bloggen

Voorbeeld:

She started blogging about her travel experiences.
Ze begon te bloggen over haar reiservaringen.

journaling

/ˈdʒɜːr.nəl.ɪŋ/

(noun) journaling, dagboek bijhouden;

(verb) journaling, dagboek schrijven

Voorbeeld:

She finds daily journaling to be a therapeutic practice.
Ze vindt dagelijks journaling een therapeutische praktijk.

crafting

/ˈkræf.tɪŋ/

(noun) handwerken, knutselen;

(verb) maken, vervaardigen

Voorbeeld:

She enjoys various forms of crafting, from knitting to pottery.
Ze geniet van verschillende vormen van handwerken, van breien tot pottenbakken.

fishing

/ˈfɪʃ.ɪŋ/

(noun) vissen, visserij;

(verb) vissend, aan het vissen

Voorbeeld:

We went fishing in the lake this morning.
We zijn vanochtend gaan vissen in het meer.

camping

/ˈkæm.pɪŋ/

(noun) kamperen, camping

Voorbeeld:

We went camping in the mountains last summer.
We gingen afgelopen zomer kamperen in de bergen.

surfing

/ˈsɝːfɪŋ/

(noun) surfen, golfsurfen, zappen;

(verb) surfend, zappend

Voorbeeld:

He loves surfing every weekend at the beach.
Hij houdt ervan om elk weekend op het strand te surfen.

jogging

/ˈdʒɑː.ɡɪŋ/

(noun) joggen, hardlopen

Voorbeeld:

She goes jogging every morning to stay fit.
Ze gaat elke ochtend joggen om fit te blijven.

yoga

/ˈjoʊ.ɡə/

(noun) yoga

Voorbeeld:

She practices yoga every morning to stay flexible.
Ze beoefent elke ochtend yoga om flexibel te blijven.

clubbing

/ˈklʌb.ɪŋ/

(noun) clubben, uitgaan;

(verb) slaan, knuppelen

Voorbeeld:

We went clubbing last night and had a great time.
We zijn gisteravond gaan clubben en hebben het geweldig gehad.

shift

/ʃɪft/

(noun) verschuiving, verandering, dienst;

(verb) verschuiven, verplaatsen, schakelen

Voorbeeld:

There has been a significant shift in public opinion.
Er is een aanzienlijke verschuiving in de publieke opinie geweest.

juggling

/ˈdʒʌɡ.lɪŋ/

(noun) jongleren, jongleerkunst, balanceren;

(verb) jongleren, balanceren

Voorbeeld:

He amazed the crowd with his incredible juggling skills.
Hij verbaasde het publiek met zijn ongelooflijke jongleerkunsten.

pastime

/ˈpæs.taɪm/

(noun) tijdverdrijf, hobby

Voorbeeld:

Reading is her favorite pastime.
Lezen is haar favoriete tijdverdrijf.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland