Avatar of Vocabulary Set Familie

Vocabulaireverzameling Familie in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Familie' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

foster parent

/ˈfɑː.stər ˌper.ənt/

(noun) pleegouder

Voorbeeld:

The child was placed with a foster parent after their parents became unable to care for them.
Het kind werd bij een pleegouder geplaatst nadat de ouders niet meer voor hen konden zorgen.

widow

/ˈwɪd.oʊ/

(noun) weduwe;

(verb) tot weduwe maken

Voorbeeld:

After her husband's passing, she became a widow.
Na het overlijden van haar man werd ze een weduwe.

widower

/ˈwɪd.oʊ.ɚ/

(noun) weduwnaar

Voorbeeld:

After his wife passed away, he became a widower.
Nadat zijn vrouw overleed, werd hij een weduwnaar.

ancestor

/ˈæn.ses.tɚ/

(noun) voorouder, voorloper, prototype

Voorbeeld:

My ancestors came from Ireland.
Mijn voorouders kwamen uit Ierland.

descendant

/dɪˈsen.dənt/

(noun) afstammeling, nakomeling

Voorbeeld:

He is a direct descendant of the king.
Hij is een directe afstammeling van de koning.

legacy

/ˈleɡ.ə.si/

(noun) erfenis, legaat, nalatenschap

Voorbeeld:

She received a substantial legacy from her grandmother.
Ze ontving een aanzienlijke erfenis van haar grootmoeder.

family tree

/ˈfæm.əl.i ˌtriː/

(noun) stamboom, familieboom

Voorbeeld:

She traced her family tree back to the 17th century.
Ze traceerde haar stamboom terug tot de 17e eeuw.

household

/ˈhaʊs.hoʊld/

(noun) huishouden;

(adjective) huishoudelijk

Voorbeeld:

The average household in this area has 3.5 people.
Het gemiddelde huishouden in dit gebied telt 3,5 personen.

tribe

/traɪb/

(noun) stam, groep, familie

Voorbeeld:

The indigenous tribe has lived in this region for centuries.
De inheemse stam leeft al eeuwen in deze regio.

adoption

/əˈdɑːp.ʃən/

(noun) adoptie, aanname

Voorbeeld:

The adoption of new technologies is crucial for progress.
De adoptie van nieuwe technologieën is cruciaal voor vooruitgang.

orphan

/ˈɔːr.fən/

(noun) wees, wezen;

(verb) weesmaken;

(adjective) wees

Voorbeeld:

The war left many children as orphans.
De oorlog liet veel kinderen als wezen achter.

maternity

/məˈtɝː.nə.t̬i/

(noun) moederschap, kraamperiode;

(adjective) zwangerschaps-, kraam-

Voorbeeld:

She embraced maternity with joy and responsibility.
Ze omarmde het moederschap met vreugde en verantwoordelijkheid.

paternity

/pəˈtɝː.nə.t̬i/

(noun) vaderschap, oorsprong, bron

Voorbeeld:

He had to take a paternity test to prove he was the child's father.
Hij moest een vaderschapstest doen om te bewijzen dat hij de vader van het kind was.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland