Avatar of Vocabulary Set Grondstoffen

Vocabulaireverzameling Grondstoffen in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Grondstoffen' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

plastic

/ˈplæs.tɪk/

(noun) plastic;

(adjective) plastic, plastisch, buigzaam

Voorbeeld:

Many everyday items are made of plastic.
Veel alledaagse voorwerpen zijn gemaakt van plastic.

glass

/ɡlæs/

(noun) glas;

(verb) inglasen, inmaken

Voorbeeld:

The window is made of glass.
Het raam is gemaakt van glas.

ceramic

/səˈræm.ɪk/

(noun) keramiek;

(adjective) keramisch

Voorbeeld:

The ancient vase was made of ceramic.
De oude vaas was gemaakt van keramiek.

natural

/ˈnætʃ.ɚ.əl/

(adjective) natuurlijk, normaal, vanzelfsprekend;

(noun) natuurlijk talent, geboren talent

Voorbeeld:

The Grand Canyon is a stunning natural wonder.
De Grand Canyon is een adembenemend natuurlijk wonder.

stone

/stoʊn/

(noun) steen, pit;

(verb) ontpitten, ontstenen

Voorbeeld:

He threw a stone into the lake.
Hij gooide een steen in het meer.

leather

/ˈleð.ɚ/

(noun) leer;

(verb) slaan, afranselen

Voorbeeld:

The jacket is made of genuine leather.
De jas is gemaakt van echt leer.

paper

/ˈpeɪ.pɚ/

(noun) papier, krant, paper;

(verb) behangen

Voorbeeld:

She wrote a letter on a piece of paper.
Ze schreef een brief op een stuk papier.

metal

/ˈmet̬.əl/

(noun) metaal, metal, heavy metal;

(verb) metalen, bekleden met metaal

Voorbeeld:

The sculpture was made of polished metal.
Het beeld was gemaakt van gepolijst metaal.

wooden

/ˈwʊd.ən/

(adjective) houten, houterig, stijf

Voorbeeld:

The old house had beautiful wooden floors.
Het oude huis had prachtige houten vloeren.

woolen

/ˈwʊl.ən/

(adjective) wollen

Voorbeeld:

She wore a warm woolen scarf.
Ze droeg een warme wollen sjaal.

cotton

/ˈkɑː.t̬ən/

(noun) katoen;

(verb) goed opschieten met, mogen

Voorbeeld:

This shirt is made of 100% cotton.
Dit shirt is gemaakt van 100% katoen.

nylon

/ˈnaɪ.lɑːn/

(noun) nylon

Voorbeeld:

Her stockings were made of sheer nylon.
Haar kousen waren gemaakt van doorschijnend nylon.

silver

/ˈsɪl.vɚ/

(noun) zilver, zilvergeld;

(adjective) zilver, zilverkleurig;

(verb) verziveren, met zilver bedekken

Voorbeeld:

The ring is made of pure silver.
De ring is gemaakt van puur zilver.

gold

/ɡoʊld/

(noun) goud, goudkleur;

(adjective) gouden, goudkleurig, goud

Voorbeeld:

The ring is made of pure gold.
De ring is gemaakt van puur goud.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland