Vocabulaireverzameling Grootte en schaal in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Grootte en schaal' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) donderend, bulderend, geweldig;
(noun) gedonder, gebrom
Voorbeeld:
(adjective) immens, enorm, reusachtig
Voorbeeld:
(adjective) gigantisch, enorm
Voorbeeld:
(adjective) jumbo, gigantisch;
(noun) jumbo, reus
Voorbeeld:
(adjective) enorm, gigantisch;
(adverb) enorm, erg
Voorbeeld:
(adjective) gigantisch, enorm
Voorbeeld:
(adjective) gigantisch, enorm, reusachtig
Voorbeeld:
(adjective) kolossaal, enorm, gigantisch
Voorbeeld:
(noun) bonk, dreun, klap;
(adjective) enorm, geweldig, overweldigend;
(adverb) bonkend, dreunend
Voorbeeld:
(adjective) enorm, geweldig;
(noun) pak slaag, afstraffing
Voorbeeld:
(adjective) oneindig klein, miniem
Voorbeeld:
(adjective) piepklein, minuscuul
Voorbeeld:
(adjective) klein, minuscuul;
(noun) beetje, kleine hoeveelheid;
(verb) plassen, urineren
Voorbeeld:
(noun) dwerg, klein persoon;
(adjective) mini, dwerg
Voorbeeld:
(verb) opzwellen, uitzetten
Voorbeeld:
(noun) vergroting
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, verbazingwekkend, enorm
Voorbeeld:
(adjective) enorm, reusachtig, buitengewoon
Voorbeeld: