Avatar of Vocabulary Set Techniek

Vocabulaireverzameling Techniek in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Techniek' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

microelectronics

/ˌmaɪ.kroʊ.ɪˌlekˈtrɑː.nɪks/

(noun) micro-elektronica

Voorbeeld:

Advances in microelectronics have led to the development of powerful smartphones.
Vooruitgang in de micro-elektronica heeft geleid tot de ontwikkeling van krachtige smartphones.

relay

/ˌrɪˈleɪ/

(noun) estafette, ploeg, aflossing;

(verb) doorgeven, overbrengen, doorsturen

Voorbeeld:

The workers operated in relays to ensure continuous production.
De arbeiders werkten in ploegen om continue productie te garanderen.

ball bearing

/ˈbɔːl ˌberɪŋ/

(noun) kogellager

Voorbeeld:

The smooth operation of the machine is due to its high-quality ball bearings.
De soepele werking van de machine is te danken aan de hoogwaardige kogellagers.

belt drive

/ˈbelt draɪv/

(noun) riemaandrijving

Voorbeeld:

The washing machine uses a belt drive to spin the drum.
De wasmachine gebruikt een riemaandrijving om de trommel te laten draaien.

cog

/kɑːɡ/

(noun) tandwiel, tand, radertje;

(verb) vertanden, inschakelen

Voorbeeld:

The broken cog prevented the machine from working.
Het gebroken tandwiel verhinderde dat de machine werkte.

crank

/kræŋk/

(noun) zwengel, kruk, brombeer;

(verb) aanzwengelen, opstarten, opschroeven;

(adjective) chagrijnig, geïrriteerd

Voorbeeld:

He turned the crank to raise the window.
Hij draaide aan de zwengel om het raam omhoog te doen.

drive shaft

/ˈdraɪv ˌʃæft/

(noun) aandrijfas

Voorbeeld:

The mechanic replaced the worn drive shaft in the car.
De monteur verving de versleten aandrijfas in de auto.

gearing

/ˈɡɪr.ɪŋ/

(noun) versnelling, tandwielstelsel, schuldgraad

Voorbeeld:

The car has smooth gearing.
De auto heeft een soepele versnelling.

overhaul

/oʊ.vɚˈhɑːl/

(noun) revisie, grondige inspectie, herziening;

(verb) reviseren, grondig inspecteren, herzien

Voorbeeld:

The engine needs a complete overhaul.
De motor heeft een complete revisie nodig.

rivet

/ˈrɪv.ɪt/

(noun) klinknagel;

(verb) klinken, vastklinken, boeien

Voorbeeld:

The old bridge was held together by thousands of steel rivets.
De oude brug werd bij elkaar gehouden door duizenden stalen klinknagels.

sprocket

/ˈsprɑː.kɪt ˌwiːl/

(noun) tandwiel, kettingwiel

Voorbeeld:

The bicycle chain runs over the sprocket.
De fietsketting loopt over het tandwiel.

lathe

/leɪð/

(noun) draaibank;

(verb) draaien, bewerken op een draaibank

Voorbeeld:

The craftsman used a lathe to turn the wooden bowl.
De ambachtsman gebruikte een draaibank om de houten kom te draaien.

aerospace

/ˈer.oʊ.speɪs/

(noun) lucht- en ruimtevaart;

(adjective) lucht- en ruimtevaart-

Voorbeeld:

The company specializes in aerospace engineering.
Het bedrijf is gespecialiseerd in lucht- en ruimtevaarttechniek.

torque

/tɔːrk/

(noun) koppel, draaimoment;

(verb) draaien, vastzetten

Voorbeeld:

The mechanic used a wrench to apply torque to the bolt.
De monteur gebruikte een moersleutel om koppel op de bout uit te oefenen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland