Avatar of Vocabulary Set Aanmoediging en ontmoediging

Vocabulaireverzameling Aanmoediging en ontmoediging in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Aanmoediging en ontmoediging' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

coax

/koʊks/

(verb) overhalen, paaien, lokken

Voorbeeld:

He tried to coax her into singing.
Hij probeerde haar te overhalen om te zingen.

cajole

/kəˈdʒoʊl/

(verb) overhalen, lokken, paaien

Voorbeeld:

He hoped to cajole her into selling the house.
Hij hoopte haar te overhalen om het huis te verkopen.

reason with

/ˈriː.zən wɪð/

(phrasal verb) redeneren met, praten met

Voorbeeld:

It's hard to reason with him when he's angry.
Het is moeilijk om met hem te redeneren als hij boos is.

lure

/lʊr/

(verb) lokken, verleiden, aantrekken;

(noun) lokmiddel, verleiding, aas

Voorbeeld:

The promise of a promotion was enough to lure him to the new company.
De belofte van een promotie was genoeg om hem naar het nieuwe bedrijf te lokken.

inveigle

/ɪnˈveɪ.ɡəl/

(verb) overhalen, verleiden, binnenpraten

Voorbeeld:

She managed to inveigle her way into the exclusive club.
Ze slaagde erin zich binnen te vleien in de exclusieve club.

entice

/ɪnˈtaɪs/

(verb) lokken, verleiden, aantrekken

Voorbeeld:

The smell of freshly baked bread enticed him into the bakery.
De geur van versgebakken brood verleidde hem de bakkerij in.

sway

/sweɪ/

(verb) zwaaien, deinen, beïnvloeden;

(noun) schommeling, deining, macht

Voorbeeld:

The trees were swaying in the wind.
De bomen zwaaiden in de wind.

faze

/feɪz/

(verb) van streek maken, ontmoedigen

Voorbeeld:

The loud music didn't faze him at all.
De luide muziek deerde hem helemaal niet.

disconcert

/ˌdɪs.kənˈsɝːt/

(verb) verontrusten, ontregelen, van streek maken

Voorbeeld:

The sudden change in his behavior disconcerted her.
De plotselinge verandering in zijn gedrag verontrustte haar.

champion

/ˈtʃæm.pi.ən/

(noun) kampioen, winnaar, voorvechter;

(verb) verdedigen, pleiten voor

Voorbeeld:

She is the reigning world champion in tennis.
Zij is de regerend wereldkampioen in tennis.

stand by

/stænd baɪ/

(phrasal verb) erbij staan, toekijken, steunen

Voorbeeld:

He just stood by and watched the bullying happen.
Hij stond erbij en keek toe hoe het pesten gebeurde.

endorse

/ɪnˈdɔːrs/

(verb) onderschrijven, steunen, endosseren

Voorbeeld:

The celebrity agreed to endorse the new product.
De beroemdheid stemde ermee in het nieuwe product te onderschrijven.

prod

/prɑːd/

(noun) por, duw, aansporing;

(verb) porren, duwen, aansporen

Voorbeeld:

She gave him a gentle prod with her elbow to get his attention.
Ze gaf hem een zachte por met haar elleboog om zijn aandacht te trekken.

exhort

/ɪɡˈzɔːrt/

(verb) aansporen, aanmoedigen

Voorbeeld:

He exhorted his team to work harder.
Hij spoorde zijn team aan om harder te werken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland