Vocabulaireverzameling Mening in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mening' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) veroordelen, aan de kaak stellen, aangeven
Voorbeeld:
(verb) betreuren, afkeuren
Voorbeeld:
(noun) voorwerp, object, doel;
(verb) bezwaar maken, tegenwerpen
Voorbeeld:
(verb) verwijten, berispen;
(noun) verwijt, berisping
Voorbeeld:
(noun) geschil, ruzie, discussie;
(verb) betwisten, disputeren, ruzie maken
Voorbeeld:
(verb) kleineren, smallen, minachten
Voorbeeld:
(verb) mopperen, klagen;
(noun) gemompel, klacht
Voorbeeld:
(verb) mompelen, murmelen;
(noun) gemompel, gemurmel
Voorbeeld:
(verb) klagen, zeuren;
(noun) klacht, bezwaar
Voorbeeld:
(verb) uitfoeteren, schelden, berispen;
(noun) berisping, scheldpartij, uitbrander
Voorbeeld:
(verb) uitjouwen, beschimpen, uitkafferen
Voorbeeld:
(verb) janken, zeuren, klagen;
(noun) gejank, gezeur, geklaag
Voorbeeld:
(verb) bekritiseren, veroordelen
Voorbeeld:
(verb) berispen, laken;
(noun) berisping, terechtwijzing
Voorbeeld:
(verb) belasteren, zwartmaken, beledigen
Voorbeeld:
(noun) afkeuring, berisping, kritiek;
(verb) berispen, afkeuren, bekritiseren
Voorbeeld:
(verb) berispen, terechtwijzen, vermanen;
(noun) berisping, terechtwijzing, vermaning
Voorbeeld:
(verb) zwartmaken, bekritiseren
Voorbeeld:
(noun) smaad, laster;
(verb) belasteren, beledigen
Voorbeeld:
(noun) compliment, lof;
(verb) complimenteren, loven
Voorbeeld:
(verb) handhaven, hooghouden, steunen
Voorbeeld:
(verb) zich verheugen, jubelen
Voorbeeld:
(verb) berispen, laken
Voorbeeld:
(verb) bevestigen, affirmeren, steunen
Voorbeeld:
(verb) kleineren, minachten
Voorbeeld:
(noun) spot, bespotting;
(verb) bespotten, belachelijk maken
Voorbeeld:
(verb) valideren, bevestigen, erkennen
Voorbeeld: