Avatar of Vocabulary Set Neem deel aan verbale communicatie

Vocabulaireverzameling Neem deel aan verbale communicatie in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Neem deel aan verbale communicatie' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

verbalize

/ˈvɝː.bə.laɪz/

(verb) verwoorden, uitspreken

Voorbeeld:

It's important to verbalize your thoughts clearly.
Het is belangrijk om je gedachten duidelijk te verwoorden.

discourse

/ˈdɪs.kɔːrs/

(noun) discours, verhandeling, gesprek;

(verb) discussiëren, uitweiden, verhandelen

Voorbeeld:

The political discourse has become increasingly polarized.
Het politieke discours is steeds gepolariseerder geworden.

converse

/ˈkɑːn.vɝːs/

(verb) praten, converseren;

(noun) omgekeerde, tegenovergestelde;

(adjective) omgekeerd, tegenovergesteld

Voorbeeld:

They spent hours conversing about their travels.
Ze brachten uren door met praten over hun reizen.

vocalize

/ˈvoʊ.kə.laɪz/

(verb) vocaliseren, uiten, verwoorden

Voorbeeld:

The baby began to vocalize more frequently as she grew older.
De baby begon vaker te vocaliseren naarmate ze ouder werd.

utter

/ˈʌ.t̬ɚ/

(verb) uitspreken, uiten, zeggen;

(adjective) volledig, absoluut, totaal

Voorbeeld:

She didn't utter a single word.
Ze sprak geen enkel woord uit.

mouth

/maʊθ/

(noun) mond, monding, ingang;

(verb) uitspreken, zeggen

Voorbeeld:

He opened his mouth to speak.
Hij opende zijn mond om te spreken.

articulate

/ɑːrˈtɪk.jə.lət/

(adjective) welbespraakt, duidelijk;

(verb) verwoorden, uitspreken, scharnieren

Voorbeeld:

She is a very articulate speaker.
Zij is een zeer welbespraakte spreker.

pronounce

/prəˈnaʊns/

(verb) uitspreken, verklaren

Voorbeeld:

How do you pronounce 'Worcestershire'?
Hoe spreek je 'Worcestershire' uit?

enunciate

/ɪˈnʌn.si.eɪt/

(verb) articuleren, duidelijk uitspreken, formuleren

Voorbeeld:

You must enunciate your words if you want people to understand you.
Je moet je woorden duidelijk articuleren als je wilt dat mensen je begrijpen.

recite

/rɪˈsaɪt/

(verb) reciteren, opzeggen, opsommen

Voorbeeld:

She stood on the stage to recite a poem.
Ze stond op het podium om een gedicht te reciteren.

impart

/ɪmˈpɑːrt/

(verb) meedelen, overdragen, geven

Voorbeeld:

A teacher's job is to impart knowledge to their students.
De taak van een leraar is om kennis over te dragen aan hun leerlingen.

chatter

/ˈtʃæt̬.ɚ/

(verb) kwetteren, snateren, klappertanden;

(noun) gekwetter, gepraat

Voorbeeld:

The children were chattering excitedly in the back of the car.
De kinderen zaten opgewonden te kwetteren achter in de auto.

jabber

/ˈdʒæb.ɚ/

(verb) brabbelen, kakelen;

(noun) gebrabbel, geklets

Voorbeeld:

She tends to jabber on when she's nervous.
Ze heeft de neiging om te brabbelen als ze nerveus is.

confer

/kənˈfɝː/

(verb) verlenen, toekennen, overleggen

Voorbeeld:

The university will confer an honorary degree upon the visiting dignitary.
De universiteit zal een eredoctoraat verlenen aan de bezoekende hoogwaardigheidsbekleder.

overstate

/ˌoʊ.vɚˈsteɪt/

(verb) overdrijven, overschatten

Voorbeeld:

It is impossible to overstate the importance of this discovery.
Het is onmogelijk om het belang van deze ontdekking te overschatten.

exaggerate

/ɪɡˈzædʒ.ə.reɪt/

(verb) overdrijven

Voorbeeld:

He tends to exaggerate his achievements.
Hij heeft de neiging zijn prestaties te overdrijven.

reach out

/riːtʃ aʊt/

(phrasal verb) contact opnemen, uitreiken, reiken

Voorbeeld:

Feel free to reach out if you have any questions.
Voel je vrij om contact op te nemen als je vragen hebt.

profess

/prəˈfes/

(verb) belijden, verkondigen, beweren

Voorbeeld:

He professed his belief in democracy.
Hij beleed zijn geloof in democratie.

interrupt

/ˌɪn.t̬əˈrʌpt/

(verb) onderbreken, verstoren

Voorbeeld:

Please don't interrupt me while I'm speaking.
Gelieve me niet te onderbreken terwijl ik spreek.

yell

/jel/

(noun) gil, schreeuw;

(verb) schreeuwen, gillen

Voorbeeld:

He let out a yell of pain.
Hij slaakte een gil van pijn.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland