Vocabulaireverzameling Rust en ontspan in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Rust en ontspan' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) ontspannen, tot rust komen, versoepelen
Voorbeeld:
(verb) liggen, zich bevinden, liegen;
(noun) leugen, onwaarheid
Voorbeeld:
(noun) dutje, middagdutje, pool;
(verb) dutten, een dutje doen
Voorbeeld:
(noun) rust, pauze, rest;
(verb) rusten, uitrusten, liggen
Voorbeeld:
(verb) snurken;
(noun) gesnurk
Voorbeeld:
(verb) soezen, doezelen, dutten;
(noun) slaapje, dutje
Voorbeeld:
(verb) dommelen, soezen;
(noun) sluimer, dutje
Voorbeeld:
(verb) leunen, hellen, leunen op;
(adjective) slank, mager, schaars
Voorbeeld:
(verb) mediteren, overpeinzen, overwegen
Voorbeeld:
(noun) droom, aspiratie, ideaal;
(verb) dromen, aspireren
Voorbeeld:
(verb) achteroverleunen, liggen
Voorbeeld:
(phrasal verb) chillen, ontspannen
Voorbeeld:
(verb) dommelen, dutten;
(noun) dutje, dommel
Voorbeeld:
(verb) ontspannen, tot rust komen, afwikkelen
Voorbeeld:
(verb) sluimeren, slapen;
(noun) slaap, sluimer
Voorbeeld:
(verb) luieren, rondhangen
Voorbeeld:
(noun) lounge, zitkamer, woonkamer;
(verb) luieren, rondhangen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitstrekken, rekken, uitrekken
Voorbeeld: