Avatar of Vocabulary Set Rust en ontspan

Vocabulaireverzameling Rust en ontspan in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Rust en ontspan' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

relax

/rɪˈlæks/

(verb) ontspannen, tot rust komen, versoepelen

Voorbeeld:

After a long day, I like to relax with a good book.
Na een lange dag, vind ik het fijn om te ontspannen met een goed boek.

lie

/laɪ/

(verb) liggen, zich bevinden, liegen;

(noun) leugen, onwaarheid

Voorbeeld:

She likes to lie on the beach and read.
Ze houdt ervan om op het strand te liggen en te lezen.

sleep

/sliːp/

(noun) slaap;

(verb) slapen

Voorbeeld:

I need to get more sleep.
Ik moet meer slapen.

nap

/næp/

(noun) dutje, middagdutje, pool;

(verb) dutten, een dutje doen

Voorbeeld:

I usually take a short nap after lunch.
Ik doe meestal een kort dutje na de lunch.

rest

/rest/

(noun) rust, pauze, rest;

(verb) rusten, uitrusten, liggen

Voorbeeld:

I need to take a rest after a long day.
Ik moet rusten na een lange dag.

snore

/snɔːr/

(verb) snurken;

(noun) gesnurk

Voorbeeld:

He tends to snore loudly after a long day.
Hij heeft de neiging om luid te snurken na een lange dag.

snooze

/snuːz/

(verb) soezen, doezelen, dutten;

(noun) slaapje, dutje

Voorbeeld:

The cat was snoozing in the sun.
De kat lag te soezen in de zon.

drowse

/draʊz/

(verb) dommelen, soezen;

(noun) sluimer, dutje

Voorbeeld:

The old cat would drowse in the sun all afternoon.
De oude kat zou de hele middag in de zon dommelen.

lean

/liːn/

(verb) leunen, hellen, leunen op;

(adjective) slank, mager, schaars

Voorbeeld:

He had to lean forward to hear what she was saying.
Hij moest naar voren leunen om te horen wat ze zei.

meditate

/ˈmed.ə.teɪt/

(verb) mediteren, overpeinzen, overwegen

Voorbeeld:

She likes to meditate for an hour every morning.
Ze houdt ervan om elke ochtend een uur te mediteren.

dream

/driːm/

(noun) droom, aspiratie, ideaal;

(verb) dromen, aspireren

Voorbeeld:

I had a strange dream last night.
Ik had een vreemde droom gisteravond.

recline

/rɪˈklaɪn/

(verb) achteroverleunen, liggen

Voorbeeld:

She reclined on the sofa, reading a book.
Ze leunde achterover op de bank, een boek lezend.

chill out

/tʃɪl aʊt/

(phrasal verb) chillen, ontspannen

Voorbeeld:

I'm just going to chill out at home this weekend.
Ik ga dit weekend gewoon chillen thuis.

doze

/doʊz/

(verb) dommelen, dutten;

(noun) dutje, dommel

Voorbeeld:

He often dozes off in front of the TV.
Hij dut vaak in voor de tv.

unwind

/ʌnˈwaɪnd/

(verb) ontspannen, tot rust komen, afwikkelen

Voorbeeld:

After a long day at work, I like to unwind by reading a book.
Na een lange werkdag vind ik het fijn om te ontspannen door een boek te lezen.

slumber

/ˈslʌm.bɚ/

(verb) sluimeren, slapen;

(noun) slaap, sluimer

Voorbeeld:

The baby slumbered peacefully in the cradle.
De baby sluimerde vredig in de wieg.

laze

/leɪz/

(verb) luieren, rondhangen

Voorbeeld:

We spent the afternoon lazing by the pool.
We brachten de middag luierend bij het zwembad door.

lounge

/laʊndʒ/

(noun) lounge, zitkamer, woonkamer;

(verb) luieren, rondhangen

Voorbeeld:

We waited for our flight in the airport lounge.
We wachtten op onze vlucht in de luchthavenlounge.

stretch out

/stretʃ aʊt/

(phrasal verb) uitstrekken, rekken, uitrekken

Voorbeeld:

She decided to stretch out on the sofa and relax.
Ze besloot zich uit te strekken op de bank en te ontspannen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland