Avatar of Vocabulary Set Religie

Vocabulaireverzameling Religie in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Religie' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

faith

/feɪθ/

(noun) vertrouwen, geloof, religie

Voorbeeld:

She has great faith in her doctor.
Ze heeft veel vertrouwen in haar dokter.

belief

/bɪˈliːf/

(noun) geloof, overtuiging, principe

Voorbeeld:

His belief in God is unwavering.
Zijn geloof in God is onwankelbaar.

god

/ɡɑːd/

(noun) God, god, godheid;

(exclamation) God, hemel

Voorbeeld:

Many people believe in one God.
Veel mensen geloven in één God.

goddess

/ˈɡɑː.des/

(noun) godin, schoonheid

Voorbeeld:

Athena was the Greek goddess of wisdom and warfare.
Athena was de Griekse godin van wijsheid en oorlogsvoering.

prayer

/prer/

(noun) gebed, wens, verlangen

Voorbeeld:

She knelt down in silent prayer.
Ze knielde neer in stil gebed.

worship

/ˈwɝː.ʃɪp/

(noun) eredienst, verering, bewondering;

(verb) aanbidden, vereren, bewonderen

Voorbeeld:

The congregation gathered for Sunday worship.
De gemeente kwam samen voor de zondagse eredienst.

temple

/ˈtem.pəl/

(noun) tempel, slaap

Voorbeeld:

The ancient temple was dedicated to the sun god.
De oude tempel was gewijd aan de zonnegod.

church

/tʃɝːtʃ/

(noun) kerk, Kerk, christendom

Voorbeeld:

They go to church every Sunday.
Ze gaan elke zondag naar de kerk.

burial

/ˈber.i.əl/

(noun) begrafenis, ter aarde bestelling, begraafplaats

Voorbeeld:

The family arranged a private burial for their loved one.
De familie regelde een privé begrafenis voor hun geliefde.

divine

/dɪˈvaɪn/

(adjective) goddelijk, heerlijk, prachtig;

(verb) raden, doorgronden

Voorbeeld:

Many ancient cultures worshipped a multitude of divine beings.
Veel oude culturen aanbaden een veelheid aan goddelijke wezens.

nun

/nʌn/

(noun) non

Voorbeeld:

The nun dedicated her life to prayer and service.
De non wijdde haar leven aan gebed en dienstbaarheid.

theology

/θiˈɑː.lə.dʒi/

(noun) theologie

Voorbeeld:

She is pursuing a degree in theology.
Ze volgt een opleiding in de theologie.

prophet

/ˈprɑː.fɪt/

(noun) profeet, voorspeller, ziener

Voorbeeld:

Moses is considered a great prophet in many religions.
Mozes wordt in veel religies als een grote profeet beschouwd.

angel

/ˈeɪn.dʒəl/

(noun) engel, goed mens, angel investor

Voorbeeld:

The choir sang about the angels in heaven.
Het koor zong over de engelen in de hemel.

pope

/poʊp/

(noun) paus

Voorbeeld:

The Pope delivered his blessing to the crowd.
De paus gaf zijn zegen aan de menigte.

clergy

/ˈklɝː.dʒi/

(noun) geestelijkheid, clerus

Voorbeeld:

The clergy gathered for the annual conference.
De geestelijkheid kwam bijeen voor de jaarlijkse conferentie.

priest

/priːst/

(noun) priester, pastoor

Voorbeeld:

The Buddhist priest chanted prayers at the temple.
De boeddhistische priester zong gebeden in de tempel.

miracle

/ˈmɪr.ə.kəl/

(noun) wonder, buitengewone prestatie

Voorbeeld:

The doctors said it was a miracle that he survived the accident.
De dokters zeiden dat het een wonder was dat hij het ongeluk overleefde.

sin

/sɪn/

(noun) zonde, schande;

(verb) zondigen

Voorbeeld:

He confessed his sins to the priest.
Hij bekende zijn zonden aan de priester.

salvation

/sælˈveɪ.ʃən/

(noun) verlossing, redding, uitkomst

Voorbeeld:

Many religions offer a path to spiritual salvation.
Veel religies bieden een pad naar spirituele verlossing.

penance

/ˈpen.əns/

(noun) boetedoening, penitentie

Voorbeeld:

He did public penance for his sins.
Hij deed openbare boetedoening voor zijn zonden.

destiny

/ˈdes.tɪ.ni/

(noun) bestemming, lot

Voorbeeld:

It was his destiny to become a great leader.
Het was zijn bestemming om een groot leider te worden.

afterlife

/ˈæf.tɚ.laɪf/

(noun) hiernamaals, leven na de dood

Voorbeeld:

Many religions believe in an afterlife.
Veel religies geloven in een hiernamaals.

heaven

/ˈhev.ən/

(noun) hemel, firmament, zaligheid

Voorbeeld:

Many believe that after death, good people go to heaven.
Velen geloven dat na de dood goede mensen naar de hemel gaan.

hell

/hel/

(noun) hel, ellende, marteling;

(exclamation) hel, verdomme

Voorbeeld:

According to some beliefs, sinners go to hell.
Volgens sommige overtuigingen gaan zondaars naar de hel.

karma

/ˈkɑːr.mə/

mosque

/mɑːsk/

(noun) moskee

Voorbeeld:

The call to prayer echoed from the nearby mosque.
De oproep tot gebed galmde vanuit de nabijgelegen moskee.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland