Avatar of Vocabulary Set Straf

Vocabulaireverzameling Straf in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Straf' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

penalty

/ˈpen.əl.ti/

(noun) straf, boete, nadeel

Voorbeeld:

The maximum penalty for the offense is five years in prison.
De maximale straf voor het misdrijf is vijf jaar gevangenisstraf.

punishment

/ˈpʌn.ɪʃ.mənt/

(noun) straf, bestraffing

Voorbeeld:

The criminal received a severe punishment for his crimes.
De crimineel kreeg een zware straf voor zijn misdaden.

fine

/faɪn/

(adjective) fijn, uitstekend, goed;

(noun) boete, geldstraf;

(verb) beboeten, een boete opleggen;

(adverb) prima, goed

Voorbeeld:

This is a fine example of ancient pottery.
Dit is een fijn voorbeeld van oud aardewerk.

imprisonment

/ɪmˈprɪz.ən.mənt/

(noun) gevangenschap, detentie, opsluiting

Voorbeeld:

He faced a long period of imprisonment for his crimes.
Hij stond een lange periode van gevangenschap te wachten voor zijn misdaden.

jail

/dʒeɪl/

(noun) gevangenis, cel;

(verb) gevangenzetten, arresteren

Voorbeeld:

He was sent to jail for theft.
Hij werd naar de gevangenis gestuurd wegens diefstal.

prison

/ˈprɪz.ən/

(noun) gevangenis, bajes;

(verb) gevangen zetten, opsluiten

Voorbeeld:

He spent ten years in prison for robbery.
Hij bracht tien jaar in de gevangenis door voor diefstal.

execution

/ˌek.səˈkjuː.ʃən/

(noun) executie, terechtstelling, uitvoering

Voorbeeld:

The prisoner was awaiting execution.
De gevangene wachtte op executie.

torture

/ˈtɔːr.tʃɚ/

(noun) marteling, foltering, kwelling;

(verb) martelen, folteren

Voorbeeld:

The prisoner was subjected to brutal torture.
De gevangene werd onderworpen aan brute marteling.

whip

/wɪp/

(noun) zweep, slagroom, mousse;

(verb) geselen, zweepslagen geven, kloppen

Voorbeeld:

The cowboy cracked his whip to urge the horses forward.
De cowboy knalde met zijn zweep om de paarden aan te sporen.

imprison

/ɪmˈprɪz.ən/

(verb) gevangenzetten, opsluiten

Voorbeeld:

The government decided to imprison the political dissidents.
De regering besloot de politieke dissidenten te gevangenzetten.

punish

/ˈpʌn.ɪʃ/

(verb) straffen, bestraffen, afstraffen

Voorbeeld:

The court decided to punish him for his crimes.
De rechtbank besloot hem te straffen voor zijn misdaden.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland