Avatar of Vocabulary Set Geneesmiddel

Vocabulaireverzameling Geneesmiddel in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Geneesmiddel' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

drug

/drʌɡ/

(noun) medicijn, geneesmiddel, drugs;

(verb) drogeren, verdoven

Voorbeeld:

The doctor prescribed a new drug for her condition.
De dokter schreef een nieuw medicijn voor haar aandoening voor.

prescription

/prɪˈskrɪp.ʃən/

(noun) recept, doktersvoorschrift, voorschrijven

Voorbeeld:

The doctor gave me a prescription for antibiotics.
De dokter gaf me een recept voor antibiotica.

pill

/pɪl/

(noun) pil, tablet, pluisje;

(verb) pillen, pluizen

Voorbeeld:

Take one pill with water after meals.
Neem één pil met water na de maaltijd.

tablet

/ˈtæb.lət/

(noun) tablet, plaat, pil

Voorbeeld:

Ancient civilizations used clay tablets to record their history.
Oude beschavingen gebruikten kleitabletten om hun geschiedenis vast te leggen.

capsule

/ˈkæp.səl/

(noun) capsule, ruimtevaartuig, samenvatting;

(verb) samenvatten, inkapselen

Voorbeeld:

Take two capsules with water after meals.
Neem twee capsules met water na de maaltijd.

vaccine

/vækˈsiːn/

(noun) vaccin, inenting;

(verb) vaccineren, inenten

Voorbeeld:

The new vaccine offers protection against several strains of the virus.
Het nieuwe vaccin biedt bescherming tegen verschillende stammen van het virus.

injection

/ɪnˈdʒek.ʃən/

(noun) injectie, prik, inbreng

Voorbeeld:

The nurse gave him an injection to relieve the pain.
De verpleegster gaf hem een injectie om de pijn te verlichten.

blood pressure

/ˈblʌd ˌpreʃ.ər/

(noun) bloeddruk

Voorbeeld:

The doctor checked her blood pressure during the examination.
De dokter controleerde haar bloeddruk tijdens het onderzoek.

side effect

/ˈsaɪd ɪˌfekt/

(noun) bijwerking, neveneffect, onbedoeld gevolg

Voorbeeld:

Drowsiness is a common side effect of this medication.
Slaperigheid is een veelvoorkomende bijwerking van dit medicijn.

remedy

/ˈrem.ə.di/

(noun) middel, remedie, oplossing;

(verb) verhelpen, herstellen

Voorbeeld:

There is no known remedy for the common cold.
Er is geen bekend middel tegen verkoudheid.

treatment

/ˈtriːt.mənt/

(noun) behandeling, omgang, therapie

Voorbeeld:

She received excellent treatment from the hospital staff.
Ze kreeg een uitstekende behandeling van het ziekenhuispersoneel.

clinic

/ˈklɪn.ɪk/

(noun) kliniek, polikliniek, cursus

Voorbeeld:

She has an appointment at the dental clinic tomorrow.
Ze heeft morgen een afspraak bij de tandartskliniek.

pharmacy

/ˈfɑːr.mə.si/

(noun) apotheek, farmacie, apothekerskunst

Voorbeeld:

I need to go to the pharmacy to pick up my prescription.
Ik moet naar de apotheek om mijn recept op te halen.

operation

/ˌɑː.pəˈreɪ.ʃən/

(noun) operatie, ingreep, werking

Voorbeeld:

The patient underwent a successful heart operation.
De patiënt onderging een succesvolle hartoperatie.

painkiller

/ˈpeɪnˌkɪl.ɚ/

(noun) pijnstiller

Voorbeeld:

She took a painkiller for her headache.
Ze nam een pijnstiller tegen haar hoofdpijn.

drops

/drɑps/

(noun) druppels, snoepje, zuurtje;

(verb) laten vallen, vallen, dalen

Voorbeeld:

Rain drops fell softly on the windowpane.
Regendruppels vielen zachtjes op het raam.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland