Avatar of Vocabulary Set Geschiedenis

Vocabulaireverzameling Geschiedenis in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Geschiedenis' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

past

/pæst/

(adjective) voorbij, verleden;

(noun) verleden;

(preposition) voorbij, langs;

(adverb) voorbij

Voorbeeld:

In past years, we used to visit this beach every summer.
In voorbije jaren bezochten we dit strand elke zomer.

era

/ˈer.ə/

(noun) tijdperk, era

Voorbeeld:

The Victorian era was a time of great change.
Het Victoriaanse tijdperk was een tijd van grote verandering.

age

/eɪdʒ/

(noun) leeftijd, tijdperk, tijd;

(verb) verouderen, rijpen

Voorbeeld:

What is your age?
Wat is jouw leeftijd?

period

/ˈpɪr.i.əd/

(noun) periode, tijdperk, punt;

(exclamation) punt uit, klaar

Voorbeeld:

The Roman Empire lasted for a long period.
Het Romeinse Rijk duurde een lange periode.

century

/ˈsen.tʃər.i/

(noun) eeuw, eeuw (cricket)

Voorbeeld:

The 20th century saw rapid technological advancements.
De 20e eeuw kende snelle technologische vooruitgang.

millennium

/mɪˈlen.i.əm/

(noun) millennium, duizend jaar, gouden tijdperk

Voorbeeld:

The year 2000 marked the beginning of a new millennium.
Het jaar 2000 markeerde het begin van een nieuw millennium.

decade

/ˈdek.eɪd/

(noun) decennium

Voorbeeld:

The 1990s was a memorable decade for music.
De jaren 90 waren een memorabel decennium voor muziek.

timeline

/ˈtaɪm.laɪn/

(noun) tijdlijn, planning

Voorbeeld:

The project manager presented a detailed timeline for the new software development.
De projectmanager presenteerde een gedetailleerde tijdlijn voor de ontwikkeling van de nieuwe software.

incident

/ˈɪn.sɪ.dənt/

(noun) incident, voorval, confrontatie

Voorbeeld:

The police are investigating the recent incident.
De politie onderzoekt het recente incident.

event

/ɪˈvent/

(noun) evenement, gebeurtenis, voorval

Voorbeeld:

The wedding was a beautiful event.
De bruiloft was een prachtig evenement.

emperor

/ˈem.pɚ.ɚ/

(noun) keizer

Voorbeeld:

The Roman Emperor Augustus ruled a vast empire.
De Romeinse keizer Augustus regeerde over een uitgestrekt rijk.

empress

/ˈem.prəs/

(noun) keizerin

Voorbeeld:

The empress ruled the vast territory with wisdom.
De keizerin regeerde het uitgestrekte gebied met wijsheid.

knight

/naɪt/

(noun) ridder, paard;

(verb) tot ridder slaan

Voorbeeld:

Sir Paul McCartney was made a knight for his contributions to music.
Sir Paul McCartney werd tot ridder geslagen voor zijn bijdragen aan de muziek.

myth

/mɪθ/

(noun) mythe, legende, misvatting

Voorbeeld:

The ancient Greeks had many myths about their gods and goddesses.
De oude Grieken hadden veel mythen over hun goden en godinnen.

world war

/wɜrld wɔr/

(noun) wereldoorlog

Voorbeeld:

Many historians study the causes of the first World War.
Veel historici bestuderen de oorzaken van de eerste Wereldoorlog.

World War I

/wɜːrld wɔːr wʌn/

(noun) Eerste Wereldoorlog

Voorbeeld:

World War I changed the map of Europe forever.
De Eerste Wereldoorlog veranderde de kaart van Europa voorgoed.

World War II

/ˌwɝːld ˌwɔːr ˈtuː/

(noun) Tweede Wereldoorlog

Voorbeeld:

World War II ended in 1945 with the surrender of Germany and Japan.
De Tweede Wereldoorlog eindigde in 1945 met de overgave van Duitsland en Japan.

artifact

/ˈɑːr.t̬ə.fækt/

(noun) artefact, voorwerp, verstoring

Voorbeeld:

The museum displayed ancient Roman artifacts.
Het museum toonde oude Romeinse artefacten.

historian

/hɪˈstɔːr.i.ən/

(noun) historicus

Voorbeeld:

The renowned historian presented a new theory on ancient civilizations.
De gerenommeerde historicus presenteerde een nieuwe theorie over oude beschavingen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland