Avatar of Vocabulary Set Energie en elektriciteit

Vocabulaireverzameling Energie en elektriciteit in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Energie en elektriciteit' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

wind power

/ˈwɪnd ˌpaʊ.ər/

(noun) windenergie, windkracht

Voorbeeld:

The country is investing heavily in wind power to reduce its reliance on fossil fuels.
Het land investeert zwaar in windenergie om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

solar power

/ˈsoʊ.lər ˌpaʊər/

(noun) zonnestroom, zonne-energie

Voorbeeld:

Many homes are now equipped with solar power systems.
Veel huizen zijn nu uitgerust met zonnestroomsystemen.

coal

/koʊl/

(noun) kolen, steenkool, gloeiende kool

Voorbeeld:

The train was powered by coal.
De trein werd aangedreven door kolen.

electricity

/ɪˌlekˈtrɪs.ə.t̬i/

(noun) elektriciteit, stroom

Voorbeeld:

The house runs on solar electricity.
Het huis draait op zonne-elektriciteit.

source

/sɔːrs/

(noun) bron, oorsprong;

(verb) betrekken, verkrijgen

Voorbeeld:

The river's source is in the mountains.
De bron van de rivier ligt in de bergen.

fuse

/fjuːz/

(noun) zekering, lont, ontsteker;

(verb) fuseren, versmelten, smelten

Voorbeeld:

The lights went out because a fuse blew.
De lichten gingen uit omdat een zekering sprong.

consumption

/kənˈsʌmp.ʃən/

(noun) verbruik, consumptie, inname

Voorbeeld:

Water consumption increases during summer.
Waterverbruik neemt toe in de zomer.

non-renewable

/ˌnɑːn.rɪˈnuː.ə.bəl/

(adjective) niet-hernieuwbaar

Voorbeeld:

Fossil fuels are a prime example of a non-renewable resource.
Fossiele brandstoffen zijn een schoolvoorbeeld van een niet-hernieuwbare hulpbron.

blackout

/ˈblæk.aʊt/

(noun) stroomstoring, verduistering, flauwte;

(verb) verduisteren, black-outen

Voorbeeld:

The entire city experienced a sudden blackout last night.
De hele stad kende gisteravond een plotselinge stroomstoring.

fuel

/ˈfjuː.əl/

(noun) brandstof, voeding, stimulans;

(verb) tanken, van brandstof voorzien, aanwakkeren

Voorbeeld:

The car runs on unleaded fuel.
De auto rijdt op loodvrije brandstof.

fossil fuel

/ˈfɑː.səl ˌfjuː.əl/

(noun) fossiele brandstof

Voorbeeld:

Burning fossil fuels releases carbon dioxide into the atmosphere.
Het verbranden van fossiele brandstoffen stoot kooldioxide uit in de atmosfeer.

turbine

/ˈtɝː.bɪn/

(noun) turbine

Voorbeeld:

The wind turbine generated electricity for the entire village.
De windturbine wekte elektriciteit op voor het hele dorp.

resource

/ˈriː.sɔːrs/

(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;

(verb) voorzien van middelen, uitrusten

Voorbeeld:

The company has limited financial resources.
Het bedrijf heeft beperkte financiële middelen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland