Avatar of Vocabulary Set Eenheid 10: Energiebronnen

Vocabulaireverzameling Eenheid 10: Energiebronnen in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 10: Energiebronnen' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

oilfield

/ˈɔɪl.fiːld/

(noun) olieveld

Voorbeeld:

The company discovered a new oilfield in the desert.
Het bedrijf ontdekte een nieuw olieveld in de woestijn.

electrical

/iˈlek.trɪ.kəl/

(adjective) elektrisch, op elektriciteit werkend

Voorbeeld:

The house needs new electrical wiring.
Het huis heeft nieuwe elektrische bedrading nodig.

nuclear power

/ˈnuː.klɪər ˌpaʊər/

(noun) kernenergie, nucleaire energie

Voorbeeld:

Many countries rely on nuclear power for their energy needs.
Veel landen vertrouwen op kernenergie voor hun energiebehoeften.

public transportation

/ˌpʌb.lɪk træn.spɚˈteɪ.ʃən/

(noun) openbaar vervoer

Voorbeeld:

I usually take public transportation to work.
Ik neem meestal het openbaar vervoer naar mijn werk.

take a shower

/teɪk ə ˈʃaʊ.ər/

(phrase) douchen, een douche nemen

Voorbeeld:

I need to take a shower after my workout.
Ik moet douchen na mijn training.

distance

/ˈdɪs.təns/

(noun) afstand, verte, reserve;

(verb) distantiëren, afstand nemen

Voorbeeld:

The distance from my house to the school is about two miles.
De afstand van mijn huis naar school is ongeveer twee mijl.

transport

/ˈtræn.spɔːrt/

(verb) vervoeren, transporteren, overweldigen;

(noun) vervoer, transportmiddel, vervoering

Voorbeeld:

The company uses trucks to transport goods across the country.
Het bedrijf gebruikt vrachtwagens om goederen door het hele land te vervoeren.

electricity

/ɪˌlekˈtrɪs.ə.t̬i/

(noun) elektriciteit, stroom

Voorbeeld:

The house runs on solar electricity.
Het huis draait op zonne-elektriciteit.

biogas

/ˈbaɪ.oʊˌɡæs/

(noun) biogas

Voorbeeld:

The farm uses biogas generated from animal waste to power its operations.
De boerderij gebruikt biogas, opgewekt uit dierlijk afval, om haar activiteiten van stroom te voorzien.

footprint

/ˈfʊt.prɪnt/

(noun) voetafdruk, voetspoor, ruimtebeslag

Voorbeeld:

We saw fresh deer footprints in the snow.
We zagen verse hertenvoetsporen in de sneeuw.

solar

/ˈsoʊ.lɚ/

(adjective) zonne-, zon, op zonne-energie

Voorbeeld:

The Earth revolves around the sun in a solar orbit.
De aarde draait in een zonnebaan om de zon.

carbon dioxide

/ˌkɑːr.bən daɪˈɑːk.saɪd/

(noun) kooldioxide, koolstofdioxide

Voorbeeld:

Plants absorb carbon dioxide from the atmosphere.
Planten absorberen kooldioxide uit de atmosfeer.

negative

/ˈneɡ.ə.t̬ɪv/

(adjective) negatief, ontkennend, schadelijk;

(noun) negatief, ontkenning

Voorbeeld:

She gave a negative answer to the proposal.
Ze gaf een negatief antwoord op het voorstel.

alternative

/ɑːlˈtɝː.nə.t̬ɪv/

(adjective) alternatief, ander;

(noun) alternatief, keuze

Voorbeeld:

Do you have an alternative solution?
Heb je een alternatieve oplossing?

dangerous

/ˈdeɪn.dʒɚ.əs/

(adjective) gevaarlijk

Voorbeeld:

It's dangerous to walk alone at night in this area.
Het is gevaarlijk om 's nachts alleen te lopen in dit gebied.

energy

/ˈen.ɚ.dʒi/

(noun) energie, levenskracht

Voorbeeld:

She has a lot of energy for her age.
Ze heeft veel energie voor haar leeftijd.

hydro

/ˈhaɪ.droʊ/

(combining form) hydro, waterkracht

Voorbeeld:

The region relies heavily on hydro power.
De regio is sterk afhankelijk van waterkracht.

non-renewable

/ˌnɑːn.rɪˈnuː.ə.bəl/

(adjective) niet-hernieuwbaar

Voorbeeld:

Fossil fuels are a prime example of a non-renewable resource.
Fossiele brandstoffen zijn een schoolvoorbeeld van een niet-hernieuwbare hulpbron.

plentiful

/ˈplen.t̬ɪ.fəl/

(adjective) overvloedig, ruim, volop

Voorbeeld:

Food was plentiful during the harvest season.
Voedsel was overvloedig tijdens het oogstseizoen.

renewable

/rɪˈnuː.ə.bəl/

(adjective) hernieuwbaar, vernieuwbaar, verlengbaar

Voorbeeld:

Solar energy is a renewable resource.
Zonne-energie is een hernieuwbare bron.

source

/sɔːrs/

(noun) bron, oorsprong;

(verb) betrekken, verkrijgen

Voorbeeld:

The river's source is in the mountains.
De bron van de rivier ligt in de bergen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland