Vocabulaireverzameling Eenheid 8: Sport en Spel in Groep 6: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 8: Sport en Spel' in 'Groep 6' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) schaken
Voorbeeld:
(noun) fietsen, wielrennen;
(adjective) cyclisch, rondgaand
Voorbeeld:
(noun) aerobics
Voorbeeld:
(noun) tafeltennis, pingpong
Voorbeeld:
(noun) zwemmen, zwemsport;
(adjective) zwemmend, duizelend
Voorbeeld:
(noun) volleybal
Voorbeeld:
(noun) karate
Voorbeeld:
(noun) marathon, uitputtende taak, langdurig evenement
Voorbeeld:
(noun) badminton
Voorbeeld:
(noun) balspel, situatie, zaak
Voorbeeld:
(noun) golf;
(verb) golfen
Voorbeeld:
(noun) honkbal
Voorbeeld:
(noun) skiën
Voorbeeld:
(noun) bal, dansfeest;
(verb) ballen, opballen
Voorbeeld:
(noun) boot, vaartuig;
(verb) varen, bootje varen
Voorbeeld:
(noun) lawaai, herrie, racket;
(verb) lawaai maken, herrie schoppen
Voorbeeld:
(noun) bril, veiligheidsbril;
(verb) staren, grote ogen opzetten
Voorbeeld:
(noun) apparatuur, uitrusting
Voorbeeld:
(noun) sportschool, gym
Voorbeeld:
(noun) skateboard, skateplank;
(verb) skateboarden
Voorbeeld:
(noun) badmintonshuttle, shuttle
Voorbeeld: