Avatar of Vocabulary Set Eenheid 10: Waar was je gisteren?

Vocabulaireverzameling Eenheid 10: Waar was je gisteren? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 10: Waar was je gisteren?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

beach

/biːtʃ/

(noun) strand;

(verb) aan land brengen, stranden

Voorbeeld:

We spent the day relaxing on the beach.
We brachten de dag ontspannend door op het strand.

flower

/ˈflaʊ.ɚ/

(noun) bloem;

(verb) bloeien

Voorbeeld:

The garden is full of beautiful flowers.
De tuin staat vol met prachtige bloemen.

home

/hoʊm/

(noun) thuis, huis, thuisland;

(adverb) thuis, naar huis;

(adjective) thuis, huiselijk;

(verb) terugkeren, richten

Voorbeeld:

I'm going home for the holidays.
Ik ga naar huis voor de feestdagen.

homework

/ˈhoʊm.wɝːk/

(noun) huiswerk

Voorbeeld:

I have a lot of homework to finish tonight.
Ik heb veel huiswerk vanavond af te maken.

library

/ˈlaɪ.brer.i/

(noun) bibliotheek, boekenverzameling, collectie

Voorbeeld:

I'm going to the library to borrow some books.
Ik ga naar de bibliotheek om boeken te lenen.

radio

/ˈreɪ.di.oʊ/

(noun) radio, uitzending, ontvanger;

(verb) radioën, uitzenden via radio

Voorbeeld:

I listen to the radio every morning.
Ik luister elke ochtend naar de radio.

wash

/wɑːʃ/

(verb) wassen, reinigen, wasbaar zijn;

(noun) wasbeurt, wassen, laag

Voorbeeld:

Please wash your hands before dinner.
Gelieve uw handen te wassen voor het avondeten.

water

/ˈwɑː.t̬ɚ/

(noun) water;

(verb) wateren, begieten

Voorbeeld:

Please give me a glass of water.
Geef me alsjeblieft een glas water.

yesterday

/ˈjes.tɚ.deɪ/

(adverb) gisteren;

(noun) gisteren

Voorbeeld:

I saw her yesterday at the market.
Ik zag haar gisteren op de markt.

zoo

/zuː/

(noun) dierentuin, zoo

Voorbeeld:

We spent the whole day at the zoo, watching the lions and elephants.
We brachten de hele dag door in de dierentuin, kijkend naar de leeuwen en olifanten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland