Vocabulaireverzameling Eenheid 15: Heb je speelgoed? in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 15: Heb je speelgoed?' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) doen, uitvoeren, voltooien;
(auxiliary verb) hulpwerkwoord, benadrukken;
(noun) feest, evenement, kapsel
Voorbeeld:
(verb) doet;
(noun) hinde, ree
Voorbeeld:
(noun) pop, schoonheid;
(verb) opdoffen, versieren
Voorbeeld:
(noun) vlieger, wouw;
(verb) vliegeren
Voorbeeld:
(noun) vlak, plat vlak, vliegtuig;
(verb) schaven, vlak maken
Voorbeeld:
(noun) puzzel, raadsel, mysterie;
(verb) verwarren, verbijsteren
Voorbeeld:
(noun) robot, mechanisch persoon
Voorbeeld:
(noun) schip, vaartuig;
(verb) verzenden, vervoeren
Voorbeeld:
(noun) springen, touwtjespringen, overslaan;
(verb) springend, touwtjespringend, overslaand
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(noun) jojo, schommeling;
(verb) jojoën, op en neer gaan
Voorbeeld: