Avatar of Vocabulary Set Betaling & Aankoop

Vocabulaireverzameling Betaling & Aankoop in Werk & Geld: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Betaling & Aankoop' in 'Werk & Geld' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

pay through the nose for

/peɪ θruː ðə noʊz fɔːr/

(idiom) veel te veel betalen voor, de hoofdprijs betalen voor

Voorbeeld:

I had to pay through the nose for that concert ticket because it was a last-minute purchase.
Ik moest veel te veel betalen voor dat concertkaartje omdat het een last-minute aankoop was.

out-of-pocket

/ˌaʊt əv ˈpɑːkɪt/

(adjective) uit eigen zak, eigen

Voorbeeld:

I had to pay for the repairs out-of-pocket.
Ik moest de reparaties uit eigen zak betalen.

at someone's expense

/æt ˈsʌm.wʌnz ɪkˈspɛns/

(idiom) op iemands kosten, ten koste van iemand

Voorbeeld:

The company party was held at the company's expense.
Het bedrijfsfeest werd gehouden op kosten van het bedrijf.

foot the bill

/fʊt ðə bɪl/

(idiom) de rekening betalen, de kosten dragen

Voorbeeld:

My parents always have to foot the bill when we go out to eat.
Mijn ouders moeten altijd de rekening betalen als we uit eten gaan.

on the hook for

/ɑn ðə hʊk fɔr/

(idiom) verantwoordelijk voor, de pineut zijn

Voorbeeld:

After the accident, he was on the hook for all the repair costs.
Na het ongeluk was hij verantwoordelijk voor alle reparatiekosten.

going rate

/ˈɡoʊ.ɪŋ reɪt/

(noun) gangbaar tarief, gangbare prijs, gebruikelijke prijs

Voorbeeld:

What's the going rate for a babysitter in this area?
Wat is het gangbare tarief voor een babysitter in deze buurt?

pick up the bill for

/pɪk ʌp ðə bɪl fɔr/

(idiom) de rekening betalen, betalen voor

Voorbeeld:

My boss offered to pick up the bill for our dinner.
Mijn baas bood aan om de rekening te betalen voor ons diner.

go Dutch

/ɡoʊ dʌtʃ/

(idiom) splitten, apart betalen

Voorbeeld:

Let's go Dutch on dinner tonight.
Laten we vanavond splitten met het avondeten.

go halves

/ɡoʊ hɑːvz/

(idiom) de kosten delen, fiftyfifty doen

Voorbeeld:

Let's go halves on the pizza.
Laten we de pizza delen.

window shopping

/ˈwɪn.doʊ ˌʃɑː.pɪŋ/

(noun) etalages kijken, windowshoppen

Voorbeeld:

On Saturday afternoons, we often go window shopping downtown.
Op zaterdagmiddag gaan we vaak etalages kijken in het centrum.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland