Avatar of Vocabulary Set Fruit

Vocabulaireverzameling Fruit in Veelvoorkomende woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Fruit' in 'Veelvoorkomende woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

orange

/ˈɔːr.ɪndʒ/

(noun) sinaasappel;

(adjective) oranje

Voorbeeld:

She peeled an orange and ate it.
Ze schilde een sinaasappel en at hem op.

lemon

/ˈlem.ən/

(noun) citroen, mislukking, waardeloos product;

(adjective) citroengeel

Voorbeeld:

She squeezed a lemon into her tea.
Ze kneep een citroen in haar thee.

mango

/ˈmæŋ.ɡoʊ/

(noun) mango

Voorbeeld:

She peeled the mango and sliced it for breakfast.
Ze schilde de mango en sneed hem voor het ontbijt.

apple

/ˈæp.əl/

(noun) appel

Voorbeeld:

She bit into a crisp red apple.
Ze beet in een knapperige rode appel.

tangerine

/ˈtæn.dʒə.riːn/

(noun) mandarijn;

(adjective) mandarijnkleur, oranjerood

Voorbeeld:

She peeled a sweet tangerine for a snack.
Ze schilde een zoete mandarijn als tussendoortje.

grape

/ɡreɪp/

(noun) druif

Voorbeeld:

She enjoyed a bunch of fresh grapes as a snack.
Ze genoot van een tros verse druiven als tussendoortje.

strawberry

/ˈstrɑːˌber.i/

(noun) aardbei

Voorbeeld:

She picked fresh strawberries from the garden.
Ze plukte verse aardbeien uit de tuin.

melon

/ˈmel.ən/

(noun) meloen

Voorbeeld:

She cut a slice of ripe melon.
Ze sneed een plak rijpe meloen.

passion fruit

/ˈpæʃ.ən ˌfruːt/

(noun) passievrucht, maracuja

Voorbeeld:

She made a delicious dessert with fresh passion fruit.
Ze maakte een heerlijk dessert met verse passievrucht.

grapefruit

/ˈɡreɪp.fruːt/

(noun) grapefruit

Voorbeeld:

She started her day with half a grapefruit.
Ze begon haar dag met een halve grapefruit.

watermelon

/ˈwɑː.t̬ɚˌmel.ən/

(noun) watermeloen

Voorbeeld:

We cut open the watermelon and shared it among us.
We sneden de watermeloen open en deelden hem onder ons.

peach

/piːtʃ/

(noun) perzik, parel, schat;

(verb) verlinken, klikken;

(adjective) perzikkleurig

Voorbeeld:

She bit into a ripe, juicy peach.
Ze beet in een rijpe, sappige perzik.

pear

/per/

(noun) peer

Voorbeeld:

She bit into a ripe, juicy pear.
Ze beet in een rijpe, sappige peer.

banana

/bəˈnæn.ə/

(noun) banaan

Voorbeeld:

She peeled a banana and ate it.
Ze pelde een banaan en at hem op.

plum

/plʌm/

(noun) pruim, pruimkleur, geweldige positie;

(adjective) geweldig, uitstekend

Voorbeeld:

She made a delicious plum tart.
Ze maakte een heerlijke pruimen taart.

papaya

/pəˈpaɪ.ə/

(noun) papaja

Voorbeeld:

I had a slice of fresh papaya for breakfast.
Ik had een plakje verse papaja als ontbijt.

avocado

/ˌɑː.vəˈkɑː.doʊ/

(noun) avocado

Voorbeeld:

I love adding sliced avocado to my toast in the morning.
Ik vind het heerlijk om 's ochtends gesneden avocado op mijn toast te doen.

starfruit

/ˈstɑːr.fruːt/

(noun) sterfruit, carambola

Voorbeeld:

She sliced the starfruit into beautiful star shapes for the fruit salad.
Ze sneed de sterfruit in mooie stervormen voor de fruitsalade.

pineapple

/ˈpaɪnˌæp.əl/

(noun) ananas

Voorbeeld:

I love eating fresh pineapple in the summer.
Ik eet graag verse ananas in de zomer.

coconut

/ˈkoʊ.kə.nʌt/

(noun) kokosnoot

Voorbeeld:

She cracked open a fresh coconut and drank the water.
Ze kraakte een verse kokosnoot open en dronk het water.

raspberry

/ˈræz.ber.i/

(noun) framboos, scheetgeluid

Voorbeeld:

She made a delicious pie with fresh raspberries.
Ze maakte een heerlijke taart met verse frambozen.

nectarine

/ˌnek.təˈriːn/

(noun) nectarine

Voorbeeld:

She bit into a ripe, juicy nectarine.
Ze beet in een rijpe, sappige nectarine.

mulberry

/ˈmʌl.ber.i/

(noun) moerbei, moerbeiboom, moerbeien

Voorbeeld:

The children loved climbing the mulberry tree in the backyard.
De kinderen vonden het heerlijk om in de moerbeiboom in de achtertuin te klimmen.

raisin

/ˈreɪ.zən/

(noun) rozijn

Voorbeeld:

She added raisins to the oatmeal for extra sweetness.
Ze voegde rozijnen toe aan de havermout voor extra zoetheid.

jackfruit

/ˈdʒæk.fruːt/

(noun) jackfruit

Voorbeeld:

The unripe jackfruit is often used as a meat substitute in vegan dishes.
De onrijpe jackfruit wordt vaak gebruikt als vleesvervanger in veganistische gerechten.

persimmon

/pɚˈsɪm.ən/

(noun) persimmon, kaki

Voorbeeld:

The ripe persimmon was soft and sweet.
De rijpe persimmon was zacht en zoet.

dragon fruit

/ˈdræɡ.ən ˌfruːt/

(noun) drakenfruit, pitahaya

Voorbeeld:

I love the sweet and slightly tangy taste of dragon fruit.
Ik hou van de zoete en lichtzure smaak van drakenfruit.

custard apple

/ˈkʌs.tərd ˌæp.əl/

(noun) cherimoya, suikerappel

Voorbeeld:

The sweet, fragrant pulp of the custard apple is often eaten fresh.
Het zoete, geurige vruchtvlees van de cherimoya wordt vaak vers gegeten.

quince

/kwɪns/

(noun) kweepeer

Voorbeeld:

She made a delicious quince jelly from the fruit in her garden.
Ze maakte een heerlijke kweepeergelei van het fruit uit haar tuin.

cherry

/ˈtʃer.i/

(noun) kers, kersenhout;

(adjective) kersenrood

Voorbeeld:

She loves eating fresh cherries in the summer.
Ze eet graag verse kersen in de zomer.

kiwi

/ˈkiː.wiː/

(noun) kiwi, kiwivogel, kiwifruit

Voorbeeld:

The kiwi is a nocturnal bird.
De kiwi is een nachtvogel.

pomegranate

/ˈpɑː.məˌɡræn.ɪt/

(noun) granaatappel

Voorbeeld:

She cut open the pomegranate to reveal its ruby-red seeds.
Ze sneed de granaatappel open om de robijnrode zaden te onthullen.

guava

/ˈɡwɑː.və/

(noun) guave, guaveboom

Voorbeeld:

She made a delicious jam from fresh guavas.
Ze maakte een heerlijke jam van verse guaves.

apricot

/ˈeɪ.prɪ.kɑːt/

(noun) abrikoos

Voorbeeld:

She made a delicious jam from fresh apricots.
Ze maakte een heerlijke jam van verse abrikozen.

blueberry

/ˈbluːˌbər.i/

(noun) bosbes

Voorbeeld:

She added fresh blueberries to her morning oatmeal.
Ze voegde verse bosbessen toe aan haar havermoutpap.

durian

/ˈdʊr.i.ən/

(noun) doerian

Voorbeeld:

The smell of durian is very strong, but many people find its taste delicious.
De geur van doerian is erg sterk, maar veel mensen vinden de smaak heerlijk.

lychee

/ˈliː.tʃiː/

(noun) lychee

Voorbeeld:

I love the sweet and juicy taste of fresh lychees.
Ik hou van de zoete en sappige smaak van verse lychees.

tamarind

/ˈtæm.ɚ.ɪnd/

(noun) tamarinde, tamarindeboom

Voorbeeld:

The chef used tamarind to give the curry a tangy flavor.
De chef gebruikte tamarinde om de curry een pittige smaak te geven.

kumquat

/ˈkʌm.kwɑːt/

(noun) kumquat

Voorbeeld:

She made a delicious marmalade using fresh kumquats.
Ze maakte een heerlijke marmelade met verse kumquats.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland