Avatar of Vocabulary Set Top 451 - 475 Adverbs

Vocabulaireverzameling Top 451 - 475 Adverbs in 500 meest voorkomende Engelse bijwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 451 - 475 Adverbs' in '500 meest voorkomende Engelse bijwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

finely

/ˈfaɪn.li/

(adverb) fijn, dun, delicaat

Voorbeeld:

Chop the herbs finely.
Hak de kruiden fijn.

internationally

/ˌɪn.t̬ɚˈnæʃ.ən.əl.i/

(adverb) internationaal

Voorbeeld:

The company operates internationally, with offices in many countries.
Het bedrijf opereert internationaal, met kantoren in vele landen.

rightly

/ˈraɪt.li/

(adverb) terecht, correct, met reden

Voorbeeld:

She rightly pointed out the error in the report.
Ze wees terecht op de fout in het rapport.

intensely

/ɪnˈtens.li/

(adverb) intens, krachtig, diep

Voorbeeld:

The sun shone intensely, making it difficult to see.
De zon scheen intens, waardoor het moeilijk was om te zien.

specially

/ˈspeʃ.əl.i/

(adverb) speciaal, in het bijzonder

Voorbeeld:

This cake was baked specially for your birthday.
Deze taart is speciaal voor jouw verjaardag gebakken.

violently

/ˈvaɪə.lənt.li/

(adverb) hevig, gewelddadig, extreem

Voorbeeld:

The storm raged violently for hours.
De storm raasde urenlang hevig.

exceptionally

/ɪkˈsep.ʃən.əl.i/

(adverb) uitzonderlijk, buitengewoon

Voorbeeld:

The weather was exceptionally warm for this time of year.
Het weer was uitzonderlijk warm voor deze tijd van het jaar.

inward

/ˈɪn.wɚd/

(adjective) naar binnen, inwaarts, innerlijk;

(adverb) naar binnen, inwaarts

Voorbeeld:

The door opens inward.
De deur opent naar binnen.

freshly

/ˈfreʃ.li/

(adverb) vers, recentelijk, fris

Voorbeeld:

The bread was freshly baked this morning.
Het brood was vanochtend vers gebakken.

anyhow

/ˈen.i.haʊ/

(adverb) toch, hoe dan ook, zomaar

Voorbeeld:

It was raining, but we went out anyhow.
Het regende, maar we gingen toch naar buiten.

wonderfully

/ˈwʌn.dɚ.fəl.i/

(adverb) geweldig, prachtig, wonderlijk

Voorbeeld:

The concert was wonderfully performed.
Het concert werd geweldig uitgevoerd.

universally

/ˌjuː.nəˈvɝː.səl.i/

(adverb) universeel, overal, algemeen

Voorbeeld:

The law is universally applied.
De wet wordt universeel toegepast.

unbelievably

/ˌʌn.bɪˈliː.və.bli/

(adverb) ongelooflijk, verbazingwekkend

Voorbeeld:

The view from the mountain top was unbelievably beautiful.
Het uitzicht vanaf de bergtop was ongelooflijk mooi.

casually

/ˈkæʒ.uː.ə.li/

(adverb) casual, informeel, terloops

Voorbeeld:

He dressed casually for the picnic.
Hij kleedde zich casual voor de picknick.

horribly

/ˈhɔːr.ə.bli/

(adverb) verschrikkelijk, afschuwelijk, extreem

Voorbeeld:

The weather was horribly cold.
Het weer was verschrikkelijk koud.

sharply

/ˈʃɑːrp.li/

(adverb) scherp, acuut, plotseling

Voorbeeld:

The knife was sharpened sharply.
Het mes werd scherp geslepen.

swiftly

/ˈswɪft.li/

(adverb) snel, vlug, soepel

Voorbeeld:

The bird flew swiftly across the sky.
De vogel vloog snel door de lucht.

wisely

/ˈwaɪz.li/

(adverb) wijs, verstandig

Voorbeeld:

She wisely chose to invest her money in real estate.
Ze koos er wijs voor om haar geld in onroerend goed te investeren.

extra

/ˈek.strə/

(adjective) extra, aanvullend;

(adverb) extra, buitengewoon;

(noun) extra, toeslag

Voorbeeld:

Do you need any extra help with your homework?
Heb je extra hulp nodig met je huiswerk?

vice versa

/ˌvaɪ.sə ˈvɜːr.sə/

(adverb) vice versa, omgekeerd

Voorbeeld:

She doesn't trust him, and vice versa.
Zij vertrouwt hem niet, en vice versa.

psychologically

/ˌsaɪ.kəˈlɑː.dʒɪ.kəl.i/

(adverb) psychologisch

Voorbeeld:

The therapist helped him deal with his issues psychologically.
De therapeut hielp hem zijn problemen psychologisch te verwerken.

immensely

/ɪˈmens.li/

(adverb) enorm, immens, uitermate

Voorbeeld:

She was immensely grateful for their help.
Ze was enorm dankbaar voor hun hulp.

loosely

/ˈluːs.li/

(adverb) losjes, niet strak, ongeveer

Voorbeeld:

The knot was tied loosely and came undone easily.
De knoop was losjes vastgemaakt en ging gemakkelijk los.

silently

/ˈsaɪ.lənt.li/

(adverb) zwijgend, geruisloos, stilzwijgend

Voorbeeld:

She walked silently into the room.
Ze liep zwijgend de kamer in.

annually

/ˈæn.ju.ə.li/

(adverb) jaarlijks, eenmaal per jaar

Voorbeeld:

The company publishes its financial report annually.
Het bedrijf publiceert zijn financiële rapport jaarlijks.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland