Avatar of Vocabulary Set Top 351 - 375 Adverbs

Vocabulaireverzameling Top 351 - 375 Adverbs in 500 meest voorkomende Engelse bijwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 351 - 375 Adverbs' in '500 meest voorkomende Engelse bijwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

openly

/ˈoʊ.pən.li/

(adverb) openlijk, eerlijk, publiekelijk

Voorbeeld:

She spoke openly about her struggles.
Ze sprak openlijk over haar worstelingen.

broadly

/ˈbrɑːd.li/

(adverb) breed, algemeen

Voorbeeld:

The new policy was broadly welcomed.
Het nieuwe beleid werd breed verwelkomd.

morally

/ˈmɔːr.əl.i/

(adverb) moreel, ethisch

Voorbeeld:

He felt morally obligated to help the poor.
Hij voelde zich moreel verplicht om de armen te helpen.

near

/nɪr/

(adverb) dichtbij, nabij;

(preposition) nabij, dichtbij;

(adjective) nabij, dichtbij;

(verb) naderen, dichterbij komen

Voorbeeld:

The school is quite near.
De school is vrij dichtbij.

upward

/ˈʌp.wɚd/

(adjective) omhoog, naar boven, stijgend;

(adverb) omhoog, naar boven

Voorbeeld:

The balloon floated upward into the sky.
De ballon zweefde omhoog de lucht in.

collectively

/kəˈlek.tɪv.li/

(adverb) collectief, gezamenlijk

Voorbeeld:

The team worked collectively to achieve their goal.
Het team werkte collectief om hun doel te bereiken.

wildly

/ˈwaɪld.li/

(adverb) wild, ongecontroleerd, enorm

Voorbeeld:

The crowd cheered wildly as the team scored.
De menigte juichte wild toen het team scoorde.

severely

/səˈvɪr.li/

(adverb) ernstig, hevig, streng

Voorbeeld:

He was severely injured in the accident.
Hij raakte ernstig gewond bij het ongeluk.

substantially

/səbˈstæn.ʃəl.i/

(adverb) aanzienlijk

Voorbeeld:

The cost of living has increased substantially.
De kosten van levensonderhoud zijn aanzienlijk gestegen.

temporarily

/ˈtem.pə.rer.əl.i/

(adverb) tijdelijk

Voorbeeld:

The road is closed temporarily for repairs.
De weg is tijdelijk afgesloten voor reparaties.

visually

/ˈvɪʒ.u.ə.li/

(adverb) visueel

Voorbeeld:

The presentation was visually appealing with colorful graphics.
De presentatie was visueel aantrekkelijk met kleurrijke graphics.

utterly

/ˈʌ.t̬ɚ.li/

(adverb) volkomen, absoluut

Voorbeeld:

She was utterly devastated by the news.
Ze was volkomen kapot van het nieuws.

readily

/ˈred.əl.i/

(adverb) gemakkelijk, bereidwillig, vlot

Voorbeeld:

She readily agreed to help us.
Ze stemde gemakkelijk in om ons te helpen.

instinctively

/ɪnˈstɪŋk.tɪv.li/

(adverb) instinctief, intuïtief

Voorbeeld:

She instinctively reached out to catch the falling vase.
Ze reikte instinctief uit om de vallende vaas te vangen.

beyond

/biˈjɑːnd/

(preposition) voorbij, achter, na;

(adverb) voorbij, verder;

(noun) het hiernamaals, de andere wereld

Voorbeeld:

The village is just beyond the hills.
Het dorp ligt net voorbij de heuvels.

ironically

/aɪˈrɑː.nɪ.kəl.i/

(adverb) ironisch, ironisch genoeg

Voorbeeld:

Ironically, the fire station burned down.
Ironisch genoeg brandde het brandweerstation af.

tight

/taɪt/

(adjective) strak, vast, dicht;

(adverb) strak, stevig, vast

Voorbeeld:

Make sure the lid is tight.
Zorg ervoor dat het deksel goed dicht is.

low

/loʊ/

(adjective) laag, weinig, neerslachtig;

(adverb) laag;

(noun) laagtepunt, minimum;

(verb) loeien

Voorbeeld:

The fence was too low to keep the dog in.
Het hek was te laag om de hond binnen te houden.

great

/ɡreɪt/

(adjective) groot, geweldig, uitstekend;

(adverb) geweldig, uitstekend

Voorbeeld:

The company achieved great success this year.
Het bedrijf behaalde dit jaar groot succes.

knowingly

/ˈnoʊ.ɪŋ.li/

(adverb) bewust, wetend, veelbetekenend

Voorbeeld:

He knowingly violated the company's policy.
Hij overtrad bewust het beleid van het bedrijf.

independently

/ˌɪn.dɪˈpen.dənt.li/

(adverb) onafhankelijk, afzonderlijk

Voorbeeld:

She decided to live independently after college.
Ze besloot na haar studie onafhankelijk te gaan wonen.

remotely

/rɪˈmoʊt.li/

(adverb) op afstand, enigszins

Voorbeeld:

He controls the drone remotely from his tablet.
Hij bestuurt de drone op afstand vanaf zijn tablet.

internally

/ɪnˈtɝː.nəl.i/

(adverb) intern, vanbinnen

Voorbeeld:

The company decided to promote from internally rather than hiring externally.
Het bedrijf besloot intern te promoveren in plaats van extern aan te nemen.

notably

/ˈnoʊ.t̬ə.bli/

(adverb) opmerkelijk, aanzienlijk, met name

Voorbeeld:

The weather was notably colder than usual.
Het weer was opmerkelijk kouder dan gewoonlijk.

overseas

/ˌoʊ.vɚˈsiːz/

(adverb) overzee, naar het buitenland;

(adjective) overzees, buitenlands

Voorbeeld:

He spent several years working overseas.
Hij heeft verschillende jaren overzee gewerkt.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland