Avatar of Vocabulary Set Top 251 - 275 Adverbs

Vocabulaireverzameling Top 251 - 275 Adverbs in 500 meest voorkomende Engelse bijwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 251 - 275 Adverbs' in '500 meest voorkomende Engelse bijwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

historically

/hɪˈstɔːr.ɪ.kəl.i/

(adverb) historisch, geschiedkundig, volgens de geschiedenis

Voorbeeld:

The city is historically significant.
De stad is historisch significant.

emotionally

/ɪˈmoʊ.ʃən.əl.i/

(adverb) emotioneel

Voorbeeld:

She reacted very emotionally to the news.
Ze reageerde heel emotioneel op het nieuws.

consistently

/kənˈsɪs.tənt.li/

(adverb) consistent, altijd, op dezelfde manier

Voorbeeld:

She consistently performs well in her exams.
Ze presteert consistent goed in haar examens.

nonetheless

/ˌnʌn.ðəˈles/

(adverb) niettemin, desalniettemin

Voorbeeld:

The work was hard, but she carried on nonetheless.
Het werk was zwaar, maar ze ging niettemin door.

high

/haɪ/

(adjective) hoog, maximaal, belangrijk;

(adverb) hoog;

(noun) hoogtepunt, record

Voorbeeld:

The mountain is very high.
De berg is erg hoog.

actively

/ˈæk.tɪv.li/

(adverb) actief, daadwerkelijk

Voorbeeld:

She actively participates in community events.
Zij neemt actief deel aan gemeenschapsevenementen.

lately

/ˈleɪt.li/

(adverb) laatst, de laatste tijd

Voorbeeld:

I haven't seen him lately.
Ik heb hem de laatste tijd niet gezien.

publicly

/ˈpʌb.lɪ.kli/

(adverb) openbaar, publiekelijk

Voorbeeld:

The company publicly announced its new policy.
Het bedrijf kondigde zijn nieuwe beleid openbaar aan.

traditionally

/trəˈdɪʃ.ən.əl.i/

(adverb) traditioneel, volgens traditie

Voorbeeld:

Christmas is traditionally celebrated on December 25th.
Kerstmis wordt traditioneel gevierd op 25 december.

since

/sɪns/

(preposition) sinds;

(conjunction) sinds, aangezien, omdat;

(adverb) sindsdien

Voorbeeld:

I haven't seen her since last year.
Ik heb haar sinds vorig jaar niet gezien.

thankfully

/ˈθæŋk.fəl.i/

(adverb) dankbaar, met dank, gelukkig

Voorbeeld:

She accepted the gift thankfully.
Ze accepteerde het geschenk dankbaar.

sadly

/ˈsæd.li/

(adverb) bedroefd, treurig, helaas

Voorbeeld:

She shook her head sadly.
Ze schudde bedroefd haar hoofd.

quick

/kwɪk/

(adjective) snel, vlug, kort;

(adverb) snel, vlug

Voorbeeld:

He made a quick decision.
Hij nam een snelle beslissing.

whatsoever

/ˌwɑːt.soʊˈev.ɚ/

(adverb) helemaal, wat dan ook;

(determiner) wat dan ook, helemaal

Voorbeeld:

There is no doubt whatsoever.
Er is helemaal geen twijfel.

partially

/ˈpɑːr.ʃəl.i/

(adverb) gedeeltelijk, ten dele

Voorbeeld:

The road was partially blocked by a fallen tree.
De weg was gedeeltelijk geblokkeerd door een omgevallen boom.

nowadays

/ˈnaʊ.ə.deɪz/

(adverb) tegenwoordig, nu

Voorbeeld:

Nowadays, most people have a mobile phone.
Tegenwoordig hebben de meeste mensen een mobiele telefoon.

interestingly

/ˈɪn.trɪ.stɪŋ.li/

(adverb) interessant, boeiend

Voorbeeld:

Interestingly, the study found no correlation between diet and the disease.
Interessant genoeg vond de studie geen verband tussen dieet en de ziekte.

nevertheless

/ˌnev.ɚ.ðəˈles/

(adverb) niettemin, desalniettemin

Voorbeeld:

It was a difficult task; nevertheless, she managed to complete it on time.
Het was een moeilijke taak; niettemin, ze slaagde erin het op tijd af te krijgen.

fundamentally

/ˌfʌn.dəˈmen.t̬əl.i/

(adverb) fundamenteel, essentieel

Voorbeeld:

The two approaches are fundamentally different.
De twee benaderingen zijn fundamenteel verschillend.

easy

/ˈiː.zi/

(adjective) gemakkelijk, eenvoudig, ontspannen;

(adverb) gemakkelijk, eenvoudig;

(exclamation) rustig, voorzichtig

Voorbeeld:

The test was surprisingly easy.
De test was verrassend gemakkelijk.

simultaneously

/ˌsaɪ.məlˈteɪ.ni.əs.li/

(adverb) tegelijkertijd, simultaan

Voorbeeld:

The two events happened simultaneously.
De twee gebeurtenissen vonden tegelijkertijd plaats.

worldwide

/ˈwɝːld.waɪd/

(adjective) wereldwijd, over de hele wereld;

(adverb) wereldwijd, over de hele wereld

Voorbeeld:

The company has a worldwide network of distributors.
Het bedrijf heeft een wereldwijd netwerk van distributeurs.

nearby

/ˌnɪrˈbaɪ/

(adverb) vlakbij, dichtbij;

(adjective) nabijgelegen, dichtbijzijnd

Voorbeeld:

There's a good restaurant nearby.
Er is een goed restaurant vlakbij.

sometime

/ˈsʌm.taɪm/

(adverb) ergens, ooit;

(adjective) voormalig, gewezen

Voorbeeld:

Let's meet for coffee sometime next week.
Laten we ergens volgende week afspreken voor koffie.

at last

/ət ˈlæst/

(adverb) eindelijk, uiteindelijk

Voorbeeld:

At last, the train arrived.
Eindelijk, de trein arriveerde.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland