Avatar of Vocabulary Set Top 126 - 150 Adverbs

Vocabulaireverzameling Top 126 - 150 Adverbs in 500 meest voorkomende Engelse bijwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 126 - 150 Adverbs' in '500 meest voorkomende Engelse bijwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

normally

/ˈnɔːr.mə.li/

(adverb) normaal, gewoonlijk, normaal gesproken

Voorbeeld:

She normally arrives at work by 9 AM.
Ze arriveert normaal gesproken om 9 uur op haar werk.

otherwise

/ˈʌð.ɚ.waɪz/

(adverb) anders, overigens, verder;

(adjective) anders, afwijkend

Voorbeeld:

You need to study hard; otherwise, you will fail the exam.
Je moet hard studeren; anders zak je voor het examen.

off

/ɑːf/

(adverb) van, af, vrij;

(adjective) uit, afgesloten, afgelast;

(preposition) van, af

Voorbeeld:

The cat jumped off the table.
De kat sprong van de tafel.

everywhere

/ˈev.ri.wer/

(adverb) overal

Voorbeeld:

I looked for my keys everywhere.
Ik zocht overal naar mijn sleutels.

alone

/əˈloʊn/

(adjective) alleen, eenzaam, zelfstandig;

(adverb) alleen, met rust

Voorbeeld:

She likes to be alone sometimes.
Ze is graag soms alleen.

honestly

/ˈɑː.nɪst.li/

(adverb) eerlijk, oprecht, eerlijk gezegd

Voorbeeld:

She answered all the questions honestly.
Ze beantwoordde alle vragen eerlijk.

skillfully

/ˈskɪl.fəl.i/

(adverb) bekwaam, vaardig

Voorbeeld:

She skillfully played the piano, enchanting the audience.
Ze speelde bekwaam piano en betoverde het publiek.

typically

/ˈtɪp.ɪ.kəl.i/

(adverb) doorgaans, door de bank genomen

Voorbeeld:

We typically have dinner around 7 PM.
We eten doorgaans rond 19.00 uur.

highly

/ˈhaɪ.li/

(adverb) zeer, erg, hoog

Voorbeeld:

She is a highly respected scientist.
Ze is een zeer gerespecteerde wetenschapper.

forever

/fɔːˈrev.ɚ/

(adverb) voor altijd, eeuwig, heel lang

Voorbeeld:

I will love you forever.
Ik zal je voor altijd liefhebben.

possibly

/ˈpɑː.sə.bli/

(adverb) mogelijk, misschien

Voorbeeld:

I'll possibly be home late tonight.
Ik ben mogelijk vanavond laat thuis.

online

/ˈɑːn.laɪn/

(adverb) online, verbonden;

(adjective) online, digitaal

Voorbeeld:

I bought the book online.
Ik heb het boek online gekocht.

ultimately

/ˈʌl.tə.mət.li/

(adverb) uiteindelijk, tenslotte

Voorbeeld:

Ultimately, the decision is yours.
Uiteindelijk is de beslissing aan jou.

seriously

/ˈsɪr.i.əs.li/

(adverb) serieus, ernstig, aanzienlijk;

(interjection) serieus, echt

Voorbeeld:

Are you seriously considering that offer?
Overweeg je dat aanbod serieus?

indeed

/ɪnˈdiːd/

(adverb) inderdaad, zeker, sterker nog

Voorbeeld:

“Is this the right way?” “Indeed.”
“Is dit de juiste weg?” “Inderdaad.”

outside

/ˌaʊtˈsaɪd/

(noun) buitenkant, buiten;

(adjective) buiten-, extern;

(adverb) buiten;

(preposition) buiten

Voorbeeld:

The outside of the house needs painting.
De buitenkant van het huis moet geschilderd worden.

somehow

/ˈsʌm.haʊ/

(adverb) op de een of andere manier, hoe dan ook, om de een of andere reden

Voorbeeld:

We need to finish this project somehow.
We moeten dit project op de een of andere manier afmaken.

back and forth

/bæk ən fɔːrθ/

(adverb) heen en weer, tussen twee punten

Voorbeeld:

The pendulum swung back and forth.
De slinger zwaaide heen en weer.

perfectly

/ˈpɝː.fekt.li/

(adverb) perfect, volmaakt, volledig

Voorbeeld:

The plan worked perfectly.
Het plan werkte perfect.

constantly

/ˈkɑːn.stənt.li/

(adverb) voortdurend, constant

Voorbeeld:

The weather here is constantly changing.
Het weer hier verandert voortdurend.

apparently

/əˈper.ənt.li/

(adverb) blijkbaar, kennelijk, ogenschijnlijk

Voorbeeld:

Apparently, it's going to rain tomorrow.
Blijkbaar gaat het morgen regenen.

either

/ˈiː.ðɚ/

(determiner) ofwel, beide, elke;

(pronoun) één van beide, elk van de twee;

(adverb) ook niet

Voorbeeld:

You can either stay or leave.
Je kunt ofwel blijven of weggaan.

personally

/ˈpɝː.sən.əl.i/

(adverb) persoonlijk, zelf, naar mijn mening

Voorbeeld:

I'll deliver the message personally.
Ik zal het bericht persoonlijk afleveren.

ahead

/əˈhed/

(adverb) vooruit, voorop, in de toekomst

Voorbeeld:

The road ahead was clear.
De weg vooruit was vrij.

consequently

/ˈkɑːn.sə.kwənt.li/

(adverb) bijgevolg, daardoor, zodoende

Voorbeeld:

The company increased its prices; consequently, sales dropped.
Het bedrijf verhoogde zijn prijzen; bijgevolg daalde de verkoop.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland