Avatar of Vocabulary Set Gewicht en stabiliteit

Vocabulaireverzameling Gewicht en stabiliteit in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Gewicht en stabiliteit' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

ungainly

/ʌnˈɡeɪn.li/

(adjective) onhandig, lomp, ongemakkelijk

Voorbeeld:

The giraffe's long legs made it look ungainly as it tried to run.
De lange poten van de giraffe lieten hem er onhandig uitzien toen hij probeerde te rennen.

unwieldy

/ʌnˈwiːl.di/

(adjective) onhandelbaar, log, lomp

Voorbeeld:

The couch was too unwieldy to get through the narrow doorway.
De bank was te onhandelbaar om door de smalle deuropening te krijgen.

hefty

/ˈhef.ti/

(adjective) zwaar, stevig, fors

Voorbeeld:

He lifted the hefty box with ease.
Hij tilde de zware doos met gemak op.

leaden

/ˈled.ən/

(adjective) zwaar, loom, traag

Voorbeeld:

The atmosphere in the room was leaden and oppressive.
De sfeer in de kamer was zwaar en beklemmend.

cumbersome

/ˈkʌm.bɚ.səm/

(adjective) log, onhandig, zwaar

Voorbeeld:

The equipment was too cumbersome to carry.
De uitrusting was te log om te dragen.

unyielding

/ʌnˈjiːl.dɪŋ/

(adjective) onwrikbaar, onbuigzaam, hard

Voorbeeld:

The ancient oak tree stood unyielding against the strong winds.
De oude eik stond onwrikbaar tegen de sterke wind.

wobbly

/ˈwɑː.bəl.i/

(adjective) wiebelig, instabiel, wankel

Voorbeeld:

The table is a bit wobbly.
De tafel is een beetje wiebelig.

tenuous

/ˈten.ju.əs/

(adjective) zwak, fragiel, dun

Voorbeeld:

The link between the two events is rather tenuous.
Het verband tussen de twee gebeurtenissen is nogal zwak.

rugged

/ˈrʌɡ.ɪd/

(adjective) ruig, grillig, oneffen

Voorbeeld:

The hikers traversed the rugged terrain.
De wandelaars doorkruisten het ruige terrein.

steadfast

/ˈsted.fæst/

(adjective) standvastig, onwrikbaar, trouw

Voorbeeld:

He remained steadfast in his loyalty to the company.
Hij bleef standvastig in zijn loyaliteit aan het bedrijf.

ponderous

/ˈpɑːn.dɚ.əs/

(adjective) log, zwaar, lomp

Voorbeeld:

The elephant's movements were surprisingly graceful despite its ponderous size.
De bewegingen van de olifant waren verrassend gracieus ondanks zijn logge omvang.

unfaltering

/ʌnˈfɑːl.t̬ɚ.ɪŋ/

(adjective) onwankelbaar, standvastig, vastberaden

Voorbeeld:

Her unfaltering determination led her to success.
Haar onwankelbare vastberadenheid leidde haar naar succes.

unwavering

/ʌnˈweɪ.vər.ɪŋ/

(adjective) onwankelbaar, standvastig, vastberaden

Voorbeeld:

Her unwavering commitment to the cause inspired everyone.
Haar onwankelbare toewijding aan de zaak inspireerde iedereen.

tensile

/ˈten.sɪl/

(adjective) trek-, rekbaar

Voorbeeld:

The engineer tested the tensile strength of the new alloy.
De ingenieur testte de treksterkte van de nieuwe legering.

indestructible

/ˌɪn.dɪˈstrʌk.tə.bəl/

(adjective) onverwoestbaar, onvernietigbaar

Voorbeeld:

The new material is virtually indestructible.
Het nieuwe materiaal is vrijwel onverwoestbaar.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland